Document text
Nr. 45142
30 augustus
2016
STAATSCOURANT
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
Besluit van de Minister van Economische Zaken van 19 augustus 2016,
nr. WJZ/16125436, inzake wijziging van het Nationaal Frequentieplan 2014 in
verband met het verlengings- en digitaliseringsbeleid voor niet-landelijke
commerciële radio voor de FM-band en commerciële radio voor de AM-band
(pakket 2016-4)
De Minister van Economische Zaken,
Gelet op artikel 3.1 van de Telecommunicatiewet;
Besluit:
ARTIKEL I
Annex 3 van het Nationaal Frequentieplan 2014 wordt als volgt gewijzigd:
A
Nationale voetnoot HOL002A komt als volgt te luiden:
HOL002A
De volgende frequentiebanden vormen onderwerp van studie:
I Frequentieblok
Frequentieband (MHz) 1
6A
181.000- 182.792
6D
186.216- 188.000
7B
189.784- 191.496
7D
193.208- 195.000
8B
196.792- 198.504
8D en 9A
200.216-203.784
9C*
205.496-207.208
* Het frequentieblok 9C vormt onderwerp van studie voor zover het dekkingsgebied van dit frequentieblok niet grotendeels
samenvalt met de provincie Limburg dan wel met de provincie Brabant.
B
De kop van nationale voetnoot HOL004 komt als volgt te luiden:
HOL004
C
Na de kop van HOL004 wordt de volgende subkop ingevoegd:
Bestemming voor de periode vanaf 1 september 2011 tot 1 september 2017
Na de tekst behorende bij de subkop Bestemming voor de periode vanaf 7 september 2011 tot
1 september 2017 in HOL004 wordt de volgende subkop met bijbehorende tekst ingevoegd:
Bestemming voor de periode 1 september 2017 tot 1 september 2022
Vanaf 1 september 2017 tot 1 september 2022 is de frequentieruimte behorend bij een commer¬
ciële middengolfvergunning telkens gekoppeld met 1/18 deel van de capaciteit van een bijbeho¬
rend digitaal frequentieblok overeenkomstig de onderstaande tabel ten behoeve van in elk geval
1
Staatscourant 2016 nr. 45142 30 augustus 2016
het ongewijzigd en gelijktijdig digitaal uitzenden van de radioprogramma's die op grond van de
commerciële middengolfvergunningen worden uitgezonden. Daarbij is de in de vorige volzin
bedoelde frequentieruimte in de middengolfband bestemd voor commerciële omroepen die voor
elke commerciële middengolfvergunning tevens een ingevolge de rechterkolom van de onder¬
staande tabel daarbij behorende vergunning voor 1/18 deel van het gekoppelde frequentieblok
houden of gaan houden.
Analoge vergunningen voor commerciële
middengolfomroep
Frequentieblok (digitaal allotment)
Kavel C01
allotment 6B (182.880 MHz - 184.416 MHz) komt uit DVB allotment HOL0902H
en betreft de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en het
grootste deel van de provincie Flevoland
Kavels C02 en C12
allotment 8A (195.168 MHz - 196.704 MHz) komt uit DVB allotment HOL0903H
en betreft de provincies Zuid Holland, Utrecht, en een deel van de provincies
Noord-Holland en Flevoland
Kavel CIO
allotment 9D-N (207.296 MHz - 208.832 MHz) komt uit het DVB allotment
HOL0906H en betreft de provincie Friesland en een deel van de provincie
Noord-Holland.
De frequentieruimte die behoort bij de vergunning voor kavel C06 is bestemd voor commerciële
omroepen die een vergunning voor landelijke commerciële radio-omroep in de frequentieband
87.5 MHz tot 104.9 MHz en tevens een vergunning voor 1/9 deel van de capaciteit van het
frequentieblok 11C, bedoeld in nationale voetnoot HOL007A, houden of gaan houden.
E
In HOL005 wordt na de tekst behorende bij de subkop Bestemming landelijke commerciële radio-
omroep voor de periode 7 september 2017 tot 7 september 2022 de volgende subkop met bijbeho¬
rende tekst ingevoegd:
Bestemming niet-landelijke commerciële radio-omroep voor de periode vanaf
1 september 2017 tot 1 september 2022
Vanaf 1 september 2017 tot 1 september 2022 1 is de frequentieruimte behorend bij een
FM-vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep overeenkomstig de onderstaande
tabel telkens gekoppeld met 1/18 deel van de capaciteit van een bijbehorend digitaal frequentie¬
blok ten behoeve van in elk geval het ongewijzigd en gelijktijdig digitaal uitzenden van de
radioprogramma's die op grond van niet-landelijke commerciële FM-vergunningen worden
uitgezonden. Daarbij is de in de vorige volzin bedoelde frequentieruimte in de FM-band bestemd
voor commerciële omroepen die voor elke vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-
omroep tevens een ingevolge de rechterkolom van de onderstaande tabel daarbij behorende
vergunning voor 1/18 deel van het gekoppelde frequentieblok houden of gaan houden.
Analoge vergunningen voor niet-landelijke
commerciële radio-omroep in de FM-band
Frequentieblok (digitaal allotment)
Kavels B13, B14, B15, B18, B19, B20, B26 en
B29
allotment 6B (182.880 MHz - 184.416 MHz) komt uit DVB allotment HOL0902H
en betreft de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en het
grootste deel van de provincie Flevoland.
Kavels B01 t/m B09 en B36
allotment 8A (195.168 MHz - 196.704 MHz) komt uit DVB allotment HOL0903H
en betreft de provincies Zuid Holland, Utrecht, en een deel van de provincies
Noord-Holland en Flevoland.
Kavel B24
allotment 9D-Z (207.296 MHz - 208.832 MHz) komt uit het DVB allotment
HOL0901H en betreft de provincie Zeeland.
Kavels B10t/m B12, B16, B27, B33 en B35
allotment 9D-N (207.296 MHz - 208.832 MHz) komt uit het DVB allotment
HOL0906H en betreft de provincie Friesland en een deel van de provincie
Noord-Holland.
Kavels B21 t/m 23, B25, B31 en B38
allotment 7A (188.160 MHz - 189.696 MHz) komt uit DVB allotment HOL0905H
en betreft de provincies Brabant en Limburg
1 Voor vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroepen die vóór 1 september 2017 verdeeld worden gaat deze
bestemming niet per 1 september 2017 in, maar op de dag waarop het besluit als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de
Telecommunicatiewet houdende de keuze van de verdelingsprocedure van de betreffende vergunning voor niet-landelijke
commerciële radio-omroep in werking treedt. Voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dat besluit geldt voor die te
verdelen vergunningen niet de bestemming die met het besluit van 18 februari 2011 tot wijziging van het NFP 2005 is bepaald
(Stcrt. 2011, nr. 2948).
2
Staatscourant 2016 nr. 45142 30 augustus 2016
Analoge vergunningen voor niet-landelijke Frequentieblok (digitaal allotment)
commerciële radio-omroep in de FM-band
Kavels B17, B28, B30, B32, B34 en B37 allotment 6B (182.880 MHz - 184.416 MHz) komt uit DVB allotment HOL0902H
en betreft de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en het
grootste deel van de provincie Flevoland, of
allotment 6C (184,592 - 186,128 MHz) komt uit DVB allotment HOL0902H en
betreft de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en het
grootste deel van de provincie Flevoland.
F
De kop van nationale voetnoot HOL006 komt als volgt te luiden:
HOL006
G
Na de kop van HOL006 wordt de volgende subkop ingevoegd:
Bestemming voor de periode vanaf 1 september 2011 tot 1 september 2017
In HOL006 wordt na de tekst behorende bij de subkop Bestemming voor de periode vanaf 7 september
2011 tot 7 september 2017 de volgende subkop met bijbehorende tekst ingevoegd:
Bestemming voor de periode 1 september 2017 tot 1 september 2022
Vanaf 1 september 2017 tot 1 september 2022 is 1/18 deel van de capaciteit van de frequentie-
ruimte van een frequentieblok ais bedoeld in de rechterkolom van de tabellen in de nationale
voetnoten HOL004 en HOL005, gekoppeld met de frequentieruimte behorend bij de analoge
commerciële vergunningen, bedoeld in de bij die rechterkolom behorende linkerkolom van de
tabellen in de nationale voetnoten HOL004 en HOL005, ten behoeve van in elk geval het ongewij¬
zigd en gelijktijdig digitaal uitzenden van de radioprogramma's die op grond van de analoge
commerciële vergunningen worden uitgezonden. Daarbij is de in de vorige volzin bedoelde
frequentieruimte in de allotments 8A, 6B, 6C, 7A, 9D-N en 9D-Z bestemd voor commerciële
middengolfomroepen of niet-landelijke commerciële radio-omroepen die voor elke vergunning
voor 1/18 deel van de capaciteit van een frequentieblok als bedoeld in de rechterkolom van de
tabellen in de nationale voetnoten HOL004 en HOL005, tevens een vergunning voor commerciële
middengolfomroep onderscheidenlijk niet-landelijke commerciële radio-omroep houden of gaan
houden.
Nationale voetnoot HOL006A komt als volgt te luiden:
HOL006A
Het deel van de frequentieruimte, bedoeld in de rechterkolom van de tabellen in nationale
voetnoten HOL004 en HOL005, dat gekoppeld is aan vergunningen voor commerciële middengolf¬
omroep onderscheidenlijk commerciële niet-landelijke FM-omroep, wordt in afwijking van de
kolom Verdeelmechanisme van de in hoofdstuk 10 opgenomen Frequentietabel op volgorde van
binnenkomst verleend.
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant
waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.
's-Gravenhage, 19 augustus 2016
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp
3
Staatscourant 2016 nr. 45142 30 augustus 2016
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na
de dag van dagtekening van deze Staatscourant een gemotiveerd beroepschrift indienen bij de
rechtbank Rotterdam, Bestuursrecht, Postbus 50951, 3007 BM, Rotterdam. U kunt ook digitaal beroep
instellen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel
beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op genoemde site voor de precieze
voorwaarden.
4
Staatscourant 2016 nr. 45142 30 augustus 2016
TOELICHTING
1. Het Nationaal Frequentieplan
Bij besluit van 3 november 2014 is op grond van artikel 3.1, eerste lid, van de Telecommunicatiewet
het Nationaal Frequentieplan 2014 (hierna: NFP), vastgesteld. In het NFP licht de Rijksoverheid de
systematiek van de ordening van het frequentiespectrum toe, en beschrijft de doelstellingen van het
frequentiebeleid en frequentiebeheer; het vermijden van interferentie (storing) tussen frequentiege-
bruikers is hierbij de hoofddoelstelling.
Het belangrijkste onderdeel van het NFP is de frequentietabel waarin per frequentieband wordt
aangegeven voor welk type gebruik deze band bestemd is en volgens welk verdeelbeleid het gebruik
daarvan wordt toegewezen. In feite is het NFP een bestemmingsplan voor het radiospectrum. Op basis
van dit plan wordt de vergunningverlening, het gebruik en het beheer van het spectrum uitgevoerd.
Het Nationaal Frequentieregister (hierna: NFR) geeft nadere informatie omtrent laatstgenoemde zaken.
2. De wijziging van het Nationaal Frequentieplan
2.1 Behoud koppeling
Deze NFP-wijziging heeft betrekking op de frequentieruimte voor niet-landelijke commerciële
radio-omroep in de FM-band en commerciële middengolfomroep alsmede op digitale radio-omroep.
Analoge radio (middengolf en FM) is de laatste grote techniek waarvan de distributie via de ether
hoofdzakelijk analoog plaatsvindt. Bij mobiele communicatie (bijvoorbeeld 4G) en televisie (DVB-T)
profiteert de consument al volop van de voordelen die digitalisering biedt: een digitale, betere
geluidskwaliteit, meer capaciteit (minder schaarste), een groter bereik en significant lagere (distributie)
kosten.
In 2009 is de basis gelegd voor het bevorderen van de digitalisering door de bestaande commerciële
FM-vergunningen en middengolfvergunningen te verlengen, onder de verplichting om (analoge)
radioprogramma's in 80% van Nederland ook digitaal uit te zenden. Hiertoe werd in 2011 in het NFP 2
een koppeling aangebracht tussen onder meer de commerciële analoge frequentieruimte en de
frequentieruimte voor digitale radio-omroep (DAB+). Deze koppeling is thans vastgelegd tot 1 septem¬
ber 2017 en heeft tot gevolg dat de FM-band alleen bestemd is voor commerciële radio-omroepen die
tevens investeren in digitale radio, onder meer door hun radioprogramma ook digitaal uit te zenden
via de ether (DAB+).
De koppeling in combinatie met de verlenging in 2011 heeft ervoor gezorgd dat digitale radio van de
grond is gekomen. De landelijke commerciële en publieke radio-omroepen hebben eerst een
DAB+-netwerk uitgerold en daarna zijn de niet-landelijke/regionale publieke en commerciële radio-
omroepen en de middengolfomroepen met de uitrol gevolgd. Deze laatste zenden hun analoge
programma's nu ook digitaal via de ether uit. De koppeling wordt dan ook over het algemeen breed
gedragen door de Nederlandse radiosector.
De oorspronkelijke duur waarvoor de eerdere verlenging van de analoge vergunningen en de
daarmee gecreëerde koppeling gold, was zes jaar (september 2011-september 2017). Deze periode
van zes jaar heeft geleid tot een goede start van de digitalisering. Maar deze periode is te kort
gebleken om het gecreëerde momentum te bestendigen en uit te bouwen. Voorkomen moet worden
dat dit momentum verloren gaat.
Na weging van alle betrokken belangen en de overlegging van voldoende robuuste digitaliserings-
plannen, is besloten om de niet-landelijke commerciële FM-vergunningen en de meeste commerciële
middengolfvergunningen nogmaals te verlengen ten behoeve van de digitalisering. Hiertoe is het
noodzakelijk om de koppeling met vijf jaar extra te continueren (tot 1 september 2022). In de verlen-
gingsbesluiten voor de niet-landelijke commerciële FM-vergunningen en de commerciële middengolf¬
vergunningen is de keuze voor een verlenging nader toegelicht.
Hierbij acht het kabinet het van belang dat ook twee externe onderzoeken het belang van de koppeling
tussen FM en digitale etherradio onderstrepen en het ingezette beleid ondersteunen.
2 Besluit van 16 februari 2011, nr. ETM/IT10180293, houdende wijziging van het Nationaal Frequentieplan 2005 in verband met het
verlengings- en digitaliseringsbeleid commerciële radio (Stcrt. 2011, 2948).
5
Staatscourant 2016 nr. 45142 30 augustus 2016
De Kwink-groep (hierna: Kwink) heeft een terugblik verricht op het verlengings- en digitaliseringsbe-
leid voor de periode 2011-2017 en een vooruitblik voor de komende periode. 3 Voor zover hier relevant
concludeert Kwink dat het aannemelijk is dat zonder koppeling de markt niet, pas later of niet in
hetzelfde tempo had geïnvesteerd in digitalisering van de etherradio. Voor de toekomst concludeert
Kwink dat de verwachting dat digitalisering van de etherradio op termijn bijdraagt aan een doelmati¬
ger frequentiegebruik overeind blijft. Het onderzoek van Kwink onderstreept derhalve het belang om
de koppeling te continueren.
Telecompaper verwacht in haar onderzoek, dat de groei van digitale radio doorzet, mits aan een aantal
voorwaarden is voldaan. De doorgroei van DAB+ naar het bredere Nederlandse luisterpubliek is
volgens haar mede afhankelijk van een verbeterde dekking binnenshuis, en van autoproducenten,
importeurs en dealers. Onder die condities krijgt DAB+ een sterke basis voor haar positionering ten
opzichte van digitale alternatieven. Ook geeft Telecompaper aan dat de rol van de overheid cruciaal is.
Telecompaper onderstreept derhalve ook de koppeling tussen FM-radio en DAB+. 4
Ervaringen in het buitenland, bijvoorbeeld Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk, maken duidelijk dat
een transitie naar digitale etherradio daadwerkelijk mogelijk is. Noorwegen heeft al een afschakelda-
tum voor de FM bepaald. In het Verenigd Koninkrijk is circa 75% van de nieuwe auto's al uitgerust met
een DAB+ ontvanger en in Londen en sommige andere regio's in het Verenigd Koninkrijk was de
DAB-penetratie in 2015 al hoger dan 50%. 5 Dit onderstreept de beleidskeuze om de eerste periode van
zes jaar te verlengen met een periode van vijf jaar in combinatie met de instandhouding van de
koppeling tussen enerzijds de niet- landelijke FM en digitale etherradio en anderzijds de middengolf-
omroep met hoogvermogen en digitale etherradio. Op deze wijze draagt dit besluit bij aan het
scheppen van de randvoorwaarden om de groei van digitale radio door te zetten. De totale periode
van elf jaar acht het kabinet ruimschoots voldoende om robuuste stappen op dit vlak te kunnen zetten.
Juist voor de middengolf en niet-landelijke commerciële radio-omroepen biedt de digitalisering grote
voordelen. Voor de middengolfomroepen zorgt de transitie van analoog naar digitaal voor een grote
verbetering van de geluidskwaliteit. Voor de niet-landelijke commerciële radio-omroep zorgt de
digitalisering vaak voor een groter bereik.
De vergunning voor kavel B27 (Ameland) ligt braak. Deze vergunning wordt geveild. Ook de vergun¬
ning voor kavel B31 (Cuijk) zal worden geveild. Deze vergunning kan niet verlengd worden als gevolg
van de uitspraak van het CBb van 12 september 2013. 6 Deze NFP-wijziging is zowel bij een verlenging
als bij een veiling aan de orde, met dien verstande dat als vergunningen voor niet-landelijke radio-
omroep eerder worden verdeeld dan 1 september 2017, de nieuwe bestemming (die dit besluit regelt)
eerder werking heeft. Het gevolg hiervan is dat ook voor die vergunningen de koppeling per vergun¬
ning plaatsvindt en niet per vergunninghouder. In de volgende paragraaf zijn de verschillen met
betrekking tot de wijze waarop de koppeling plaatsvindt tussen de huidige periode en de nieuwe
periode nader toegelicht.
2.2 Regionale publieke omroepen
De regionale publieke media-instellingen digitaliseren eveneens via het zogenaamde bovenregionale
kavel. Ook na 1 september 2017 wordt aan hen de mogelijkheid geboden om via het bovenregionale
kavel hun analoge FM-programma digitaal uit te zenden. Hiervoor is geen wijziging van het NFP
nodig, omdat reeds uit artikel 3 van de Regeling extra vergunningen publieke mediadienst volgt dat zij
op deze frequentieruimte aanspraak kunnen maken en uit de hoofdregel in het NFP (zie de frequentie¬
tabel onder paragraaf 10 van het NFP) volgt dat deze frequentieruimte aan de regionale publieke
omroepen kan worden verleend. De hoeveelheid spectrum dat beschikbaar is voor de regionale
publieke media-instellingen blijft in de periode 1 september 2017 tot 1 september 2022 gelijk.
2.3 Uitgiftebeleid
2.3 .7 Uitgifte gekoppelde frequentieruimte voor digitale radio-omroep
De vergunningen voor digitale radio-omroep die gekoppeld zijn aan de niet-landelijke commerciële
FM-vergunningen en middengolfvergunningen worden op volgorde van binnenkomst verleend (1/18
deel van de capaciteit). Op dit moment is de koppeling van de FM-vergunning aan de vergunningen
3 Rapport 'Onderzoek naar digitale etherradio (DAB+)' van 20 april 2016. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/
04/20/onderzoek-naar-digitale-etherradio-dab
4 https://www.agentschaptelecom.nl/sites/default/files/eindrapport_dab_definitief_2015.pdf
5 http://stakeholders.ofcom.org.uk/binaries/research/radioresearch/2015/2015_Digital_Radio_Report.pdf
6 ECLI:NL:CBB:2013:158
Staatscourant 2016 nr. 45142 30 augustus 2016
voor DAB+ noodzakelijk voor de commerciële radio-omroepen om de digitalisering van de grond te
krijgen. Het verdienmodel van commerciële radio is primair de verkoop van reclametijd. Het aantal
luisteraars dat thans luistert naar digitale radio (DAB+) is nog beperkt (circa 6% van de Nederlanders
heeft een DAB+-ontvanger 7 ), waardoor er onvoldoende commerciële prikkels zijn om zonder koppe¬
ling te investeren in digitale radio. De koppeling blijft derhalve noodzakelijk om digitale radio van de
grond te krijgen en verder te laten groeien. Het verdeelinstrument 'op volgorde van binnenkomst' is
derhalve het geëigende instrument om commerciële niet-landelijke en middengolf radio-omroepen te
laten voldoen aan hun digitaliseringsverplichting.
De te verlengen vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroep en commerciële
middengolfomroep zullen, net als thans het geval is, gekoppeld worden aan het zogenaamde
bovenregionale kavel. Het bovenregionale kavel is een samenstel van de allotments 6B, 7A, 8A en 9D
(respectievelijk 182.880-184.416 MHz; 188.160-189.696 MHz; 195.168-196.704 MHz; 207.296-208.832
MHz). Het bovenregionale kavel is daarnaast ook bestemd voor de regionale publieke omroep. Dit
blijft ook na 1 september 2017 voor de komende vijf jaar het geval.
Bij de verlenging in 2011 (niet-landelijk en middengolf) vond de koppeling per vergunninghouder en
niet per vergunning plaats. Dit betekent dat als een vergunninghouder meerdere analoge vergunnin¬
gen houdt die in hetzelfde allotment van het bovenregionale kavel liggen, die vergunninghouder één
vergunning voor digitale radio-omroep (1/18 deel van de capaciteit) verkreeg. Deze koppeling per
vergunninghouder gold alleen indien (de opstelpunten van) de analoge vergunningen in hetzelfde
allotment lagen en dus niet indien de analoge vergunningen gekoppeld dienden te worden aan een
ander allotment van het bovenregionale kavel. Young City Media B.V. is bijvoorbeeld thans houder van
de kavels B01, B06 en B09. Deze drie analoge kavels liggen binnen allotment 8A. De koppeling per
vergunninghouder zorgde ervoor dat Young City Media B.V. één vergunning in dat allotment heeft
gekregen bij de verlenging ten behoeve van het voldoen aan de digitaliseringsverplichting.
Met de voorliggende wijziging van het NFP zal de koppeling niet meer plaats vinden per vergunning¬
houder, maar per vergunning. Dit betekent dat houders van meerdere niet-landelijke FM-vergunningen
en middengolfvergunningen die gekoppeld zijn aan hetzelfde allotment meer frequentieruimte
beschikbaar krijgen voor digitale radio. De redenen hiervoor zijn de volgende. In de eerste plaats
dienen de niet-landelijke radio-omroepen hun radioprogramma voor het door henzelf geboden
percentage (in de verdelingen in 2003 en 2007/8) te richten op het FM-bereik dat behoort bij hun
FM-vergunning. Deze verplichting maakt het voor vergunninghouders lastiger om één programma uit
te zenden via meerdere vergunningen voor digitale radio-omroep. Nu er per vergunning gekoppeld
wordt, kunnen meer FM-programma's via de digitale ether worden ontvangen. Dat was eerst anders.
In de tweede plaats belemmert een koppeling de overdracht van bestaande vergunningen. Hierdoor
kunnen bijvoorbeeld nieuwkomers moeilijker via overdracht toegang tot de markt verkrijgen. Door te
koppelen per vergunning kan elke analoge vergunning overgedragen worden. In de derde plaats is
een koppeling per vergunning meer toekomstbestendig. Bij een veiling vindt er immers een koppeling
per vergunning plaats omdat de winnaar van de veiling niet op voorhand bekend is. Door nu reeds bij
de verlenging te koppelen per vergunning kunnen terugvallende vergunningen eenvoudig opnieuw
uitgegeven worden. In de vierde en laatste plaats draagt een koppeling per vergunning meer bij aan
doelmatig frequentiegebruik omdat alleen partijen een aanvraag zullen willen indienen die voor elke
analoge vergunning de overstap naar DAB+ willen maken.
In allotment 6B van het bovenregionale kavel is te weinig ruimte om de regionale publieke omroepen
te accommoderen en tevens een koppeling per vergunning te realiseren voor de niet-landelijke
FM-vergunninghouders en de commerciële middengolfvergunninghouders. Om die reden wordt hier
extra capaciteit beschikbaar gesteld in allotment 6C uit laag 7. Laag 7 is thans nog niet in gebruik. Om
uitgifte van laag 7 mogelijk te maken wordt ook voetnoot HOL002A gewijzigd en worden de allotments
in laag 7 niet langer aangemerkt als 'onderwerp van studie'.
Voor allotment 6B en de 'overloop' naar allotment 6C uit laag 7 is nog het volgende van belang.
Vanwege het belang van de digitalisering en continuïteit van dienstverlening is de koppeling hier zo
vorm gegeven dat analoge vergunningen die nu één-op-één gekoppeld zijn aan vergunningen voor
1/18 deel van de capaciteit van allotment 6B aan dat allotment gekoppeld blijven. Dit is geregeld in de
tabel in nationale voetnoot HOL005.
Indien meerdere analoge vergunningen in 2011 gekoppeld waren aan één vergunning voor 1/18 deel
van de capaciteit van allotment 6B, blijft dit voor ten minste één kavel van de huidige vergunninghou¬
der het geval. Hiertoe is het grootste kavel gekoppeld aan allotment 6B. De overige analoge vergun¬
ningen worden hetzij gekoppeld aan allotment 6B (het bovenregionale kavel) hetzij aan 6C (laag 7). In
7 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/08/een-op-de-vier-kent-dab
Staatscourant 2016 nr. 45142 30 augustus 2016
de toelichting op de nader vorm te geven aanvraagregelingen voor de vergunningen voor digitale
radio-omroep zal hierop nader worden ingegaan.
De aanvraagprocedure zal op een vergelijkbare wijze als in 2011 worden vormgegeven. Door middel
van één aanvraag kan zowel de verlenging van de FM-vergunning dan wel de middengolfvergunning
als de vergunning voor digitale radio-omroep aangevraagd worden. Bij ministeriële regeling zal
bepaald worden wanneer een aanvraag kan worden ingediend en wat de uiterste termijn is voor de
indiening. Bij de veiling van de kavels B27 en B31 wordt een vergelijkbare systematiek gehanteerd.
2.3.2 Uitgifte van niet-gekoppelde frequentieruimte voor digitale radio-omroep
Extra spectrum voor digitale radio dat niet nodig is voor de koppeling en de digitaliseringsverplichting
wordt via een veiling verdeeld. Voor laag 7 vergt dit eveneens een wijziging van nationale voetnoot
HOL002A. Door laag 7 niet aan te merken als 'onderwerp van studie', is de hoofdregel in het NFP van
kracht, hetgeen betekent dat de vergunningen, voor zover niet beschikbaar gesteld voor de koppeling
met de FM en commerciële middengolfvergunningen, geveild kunnen worden. Uitgaande dat,
vanwege de koppeling tussen de FM- en DAB+-vergunningen die reeds heeft plaatsgevonden en nu
verlengd zal worden, de digitalisering verder wordt bevorderd, is het aannemelijk dat er belangstelling
zal zijn voor extra spectrum voor digitale radio. Daarbij wordt opgemerkt dat, mocht een DAB+
vergunning in een veiling een positieve waarde hebben, dit nog niet betekent dat de met deze
NFP-wijziging voorziene koppeling overbodig moet worden geacht. De verplichte koppeling en met
name de investeringen in digitale radio creëren een momentum waardoor belangstelling voor het te
veilen extra digitale spectrum aannemelijk wordt. Echter als die koppeling zou wegvallen zullen
waarschijnlijk de investeringen in DAB+ tot stilststand komen. Zoals hierboven toegelicht, is de markt
voor digitale radio nog niet voldoende ontwikkeld om zonder koppeling verder te groeien.
Indien middengolfvergunningen die via een veiling of vergelijkende toets zijn verleend terugvallen aan
de overheid, zullen zij - anders dan niet-landelijke FM-vergunningen - niet opnieuw met digitalise-
ringsplicht worden uitgegeven. Dit volgt uit het besluit van de Minister van Economische Zaken van
22 april 2016 houdende wijziging van het Nationaal Frequentieplan 2014 (pakket 2016-1). 8 Deze
frequentieruimte zal dan voor laagvermogen omroep zonder digitaliseringplicht worden uitgegeven
overeenkomstig het nieuwe beleid zoals beschreven in de toelichting op het hiervoor genoemde
besluit. Eén partij heeft tegen dat besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Rotterdam.
3. Voorschriften en beperkingen
Om storing te voorkomen en doelmatig gebruik van het frequentiespectrum te bevorderen worden in
het algemeen aan het gebruik van frequentieruimte voorschriften en beperkingen verbonden. In de
regel worden deze voorschriften en beperkingen in de vergunning opgenomen. Dit zal ook het geval
zijn voor de vergunningen voor frequentieruimte waarop dit besluit betrekking heeft.
Daarnaast worden in de niet-landelijke commerciële FM vergunningen en in de middengolfvergunnin¬
gen en de bijbehorende digitale radiovergunningen de nodige voorschriften opgenomen om te
bewerkstelligen dat de koppeling tussen het gebruik van de analoge FM-frequentieruimte en de
digitale frequentieruimte in band III gedurende de looptijd van de vergunningen in stand wordt
gehouden en een verdere versnelling in de omschakeling naar digitale radio bewerkstelligd wordt.
4. Openbare voorbereidingsprocedure
Dit besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit
houdt in dat het voorgenomen besluit zes weken, namelijk van 5 juli 2016 tot en met 15 augustus
2016, publiekelijk ter inzage heeft gelegen zodat een ieder zijn of haar zienswijze hierop kon geven.
Hieronder wordt op de ingebrachte zienswijzen ingegaan, voor zover deze van toepassing zijn op dit
besluit. Zienswijzen met betrekking tot onderwerpen die dit besluit niet raken, blijven onbesproken.
Eén respondent heeft opmerkingen geplaatst bij de wijze waarop telkens aan elke kavel een (regio¬
naal) digitaal frequentieblok wordt toegewezen, namelijk op grond van de locatie van de middengolf-
zender van een bepaald kavel. Volgens de respondent worden op deze manier de mogelijkheden voor
verplaatsing van een middengolfzender naar een andere locatie beperkt, omdat een mogelijke nieuwe
locatie buiten het gekoppelde allotment zou kunnen liggen. Respondent stelt dat dit vervolgens ook
van invloed is op de overdrachtsmogelijkheden.
8 Stcrt 2016, 22208
Staatscourant 2016 nr. 45142 30 augustus 2016
Het voorliggende besluit reguleert de verlenging van de koppeling van de te verlengen vergunningen
voor niet-landelijke commerciële radio in de FM-band en de te verlengen middengolfvergunningen
aan vergunningen voor digitale radio-omroep. Die verlenging gaat uit van de huidige situatie en houdt
geen rekening met toekomstige, hypothetische scenario's. Dit zou een onevenredig beslag leggen op
de beschikbare frequentieruimte en ondoelmatig frequentiegebruik in de hand werken.
Dit geldt ook voor kavel C06. Voor dit kavel is geen eenheid in een allotment in het bovenregionaal
kavel gereserveerd, omdat de huidige vergunninghouder zijn digitaliseringsplicht vervult door zijn
programma in het, voor landelijke commerciële omroepen bestemde, frequentieblok 11C uit te
zenden. Rekening houden met de hypothetische omstandigheid dat dit kavel overgedragen zou
worden, zou er op neer komen dat alsnog ruimte gereserveerd wordt in het bovenregionale kavel.
Wanneer overdracht echter niet plaats zou vinden, zou dat gereserveerde digitale kanaal gedurende de
gehele vergunningsperiode braak blijven liggen. Een dergelijke werkwijze is niet doelmatig.
Met betrekking tot het verplaatsen van middengolfzenders merk ik nog ten overvloede op dat de
mogelijkheden om een middengolfzender te verplaatsen beperkt zijn. Vanuit internationale coördina-
tieafspraken zijn er grenzen aan het verplaatsen van middengolfzenders. Daarnaast zijn er verschil¬
lende technische omstandigheden waar mee rekening moet worden gehouden bij het verplaatsen van
een middengolfzender, zoals de elektrische eigenschappen van de grond (de mate van geleidbaar¬
heid), de bebouwing en de begroeiing. Een verplaatsing over een beperkte afstand kan, afhankelijk
van de elektrische eigenschappen van de grond al leiden tot wezenlijke verschillen in het propagatie-
pad van de zender ten opzichte van de internationaal gecoördineerde locatie van het opstelpunt. Het is
dan ook niet aannemelijk dat verplaatsingsverzoeken over een grotere afstand (met een vergelijkbaar
vermogen) gehonoreerd kunnen worden. Daarbij komt nog dat in verband met de bestaande
samenwerkingsovereenkomsten verplaatsingen waarbij een wisseling van bijbehorend allotment
noodzakelijk is, minder wenselijk zijn. Ook hiervoor geldt dat digitaal spectrum beschikbaar houden,
terwijl uiterst onzeker is of dit gebruikt zal worden, geen doelmatig frequentiegebruik is. Alles
overwegende zie ik dan ook geen grond om bij deze wijziging van het NFP, waarin slechts een
verlenging van de huidige koppeling is beoogd, frequentieruimte te reserveren voor mogelijke
verplaatsingen en overdrachtsverzoeken in de toekomst.
Een andere respondent stelt dat het bereik van de vergunningen voor digitale radio-omroep te groot is
voor niet-landelijke commerciële radio-omroep. Hierover merk ik op dat er met de buurlanden reeds
afspraken zijn gemaakt over de indeling van het zogenaamde bovenregionale kavel. Er zijn op dit
moment ook geen andere frequenties beschikbaar met een kleinere geografische dekking. Reeds
hierom kan in deze zienswijze niet worden meegegaan.
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp
9
Staatscourant 2016 nr. 45142 30 augustus 2016