Besluit van de Minister van Economische Zaken van 23 juni 2016 nr. WJZ/16092077, inzake verlengbaarheid van de vergunningen voor landelijke commerciële radio-omroepen voor de FM-band

Survival, Water, Medical Field Manuals

Military Manuals

Nederlandse Overheid, Dutch Government, Ministerie Van Economische Zaken

Document text

Nr. 35541 

13 juli 
2016 



STAATSCOURANT 

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. 


Besluit van de Minister van Economische Zaken van 23 juni 2016 
nr. WJZ/16092077, inzake verlengbaarheid van de vergunningen voor 
landelijke commerciële radio-omroepen voor de FM-band 


De Minister van Economische Zaken, 

Gelet op artikel 18, tweede lid, onderdeel b, van het Frequentiebesluit 2013; 

Besluit: 

Artikel 1 

De vergunningen voor landelijke commerciële radio in de FM-band, genoemd in kolom 1 van tabel 1, 
zijn verlengbaar om redenen van bevordering van de overgang van analoge naar digitale techniek als 
bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, van het Frequentiebesluit 2013. 


Tabel 1 Verlengbare vergunningen 


I Kavel 

Dossiernummer 

Kavel A01 

5055301 

Kavel A02 

5055305 

Kavel A03 

5055302 

Kavel A04 

5055306 

Kavel A05 

5055307 

Kavel A06 

5055303 

Kavel A07 

6815880 

Kavel A08 

6634716 

Kavel A09 

5797976 


Artikel 2 

Een vergunning als bedoeld in artikel 1 is verlengbaar voor een vaste periode die aanvangt op 
1 september 2017 en loopt tot en met 31 augustus 2022. 

Artikel 3 

De vergunningen, bedoeld in artikel 1, worden gewijzigd overeenkomstig bijlage 1. 

Artikel 4 

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant 
waarin het wordt geplaatst. 

Artikel 5 

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verlengbaarheid vergunningen landelijke commerciële radio 
FM-band 2016. 

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 

's-Gravenhage, 23 juni 2016 

De Minister van Economische Zaken, 

H.G.J. Kamp 

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na 
de dag van dagtekening van deze Staatscourant een gemotiveerd beroepschrift indienen bij de 
rechtbank Rotterdam, Bestuursrecht, Postbus 50951, 3007 BM, Rotterdam. U kunt ook digitaal beroep 
instellen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel 


1 


Staatscourant 2016 nr. 35541 13 juli 2016 







beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op genoemde site voor de precieze 
voorwaarden. 


2 


Staatscourant 2016 nr. 35541 13 juli 2016 





BIJLAGE 1: WIJZIGINGEN TE VERLENGEN VERGUNNINGEN LANDELIJKE COMMERCIËLE 
RADIO-OMROEPEN VOOR DE FM-BAND 


De artikelen behorende bij de vergunningen, bedoeld in artikel 1 van het besluit, worden als volgt 
gewijzigd: 

A 

In de artikelen vervalt telkens de zinsnede ', Landbouw en Innovatie'. 

B 

In artikel 1, onder g, van de vergunningen voor de kavels A01, A03, A06 en A07 vervalt telkens de 
volgende zinsnede: 'die op grond artikel 3.3, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet nader is bestemd 
voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep en'. 

C 

In artikel 1, onder g, van de vergunningen voor de kavels A02, A04, A05, A08 en A09 vervalt telkens de 
volgende zinsnede: 'die op grond artikel 3.3, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet nader is bestemd 
voor geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep en'. 

D 

Aan artikel 2, tweede lid, wordt telkens de volgende volzin toegevoegd: De in de bijlage opgenomen 
frequenties worden gebruikt voor het gelijktijdig uitzenden van eenzelfde radioprogrammakanaal als 
bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008. 


E 

In het laatste artikel wordt telkens '31 augustus 2017' vervangen door: 31 augustus 2022. 


3 


Staatscourant 2016 nr. 35541 13 juli 2016 




TOELICHTING 



1. Inleiding 

In 2009 is besloten om vanuit de overheid een impuls te geven aan digitalisering van de radio met het 
oog op doelmatig gebruik van het schaarse spectrum. Er werd besloten om over te gaan tot een 
verlenging van de analoge commerciële radiovergunningen onder de voorwaarden dat er geïnves¬ 
teerd werd in het aanleggen en ontwikkelen van een digitale etherinfrastructuur. Door middel van de 
zogenaamde koppeling kregen partijen ook de beschikking over een digitale DAB vergunning. Met die 
verlengde vergunningen werden vergunninghouders verplicht een programma dat men analoog 
verspreidt óók digitaal aan te bieden (de zogenaamde simulcast-verplichting) en daarnaast kwam er 
voor de landelijke commerciële vergunninghouders een verplichting om een tweede digitaal kanaal 
aan te bieden. Ook werd in de vergunning een ingebruiknameverplichting opgenomen die borgt dat 
digitale radio op ten minste 80% van het Nederlandse grondgebied ontvangen kan worden. 

Het digitaliseringsbeleid inzake commerciële radio is er op gericht het aanbod van etherradio te 
verrijken en zo de luisteraar onderweg een breed scala van meer innovatieve diensten, zoals een 
elektronische programmagids, te kunnen bieden. Radio is het laatste medium dat nog niet gedigitali¬ 
seerd is, terwijl digitale radio leidt tot een doelmatiger gebruik van frequentieruimte. 

De digitale DAB+ standaard biedt de luisteraar verschillende voordelen ten opzichte van de analoge 
FM: de luisteraar kan een hogere geluidskwaliteit en additionele diensten (zoals informatie over de 
muziek) worden geboden. Het digitaliseringsbeleid strekt er tevens toe de beschikbare frequentie¬ 
ruimte intensiever en dus doelmatiger te kunnen gebruiken. Het beschikbare spectrum kan efficiënter 
worden ingericht. Er passen meer zenders in minder spectrum, waardoor er ook meer aanbod kan 
komen. Verder biedt digitale radio vergunninghouders de mogelijkheid een volledige landelijke 
dekking te realiseren. Via de FM kan door landelijke commerciële vergunninghouders tot circa 70% 
van de Nederlandse bevolking bereikt worden. Met DAB+ is dit bijna 100%, zowel demografisch als 
geografisch. Digitalisering is niet alleen in Nederland aan de orde. In andere Europese landen worden 
ook stappen gezet om digitalisering te bevorderen. Noorwegen is zelfs zo ver dat het in april 2015 
heeft besloten tot afschakeling van de FM-band. 

Al met al biedt digitalisering verschillende voordelen te opzichte van analoge radio; betere kwaliteit, 
meer kanalen en groter bereik. En voor de vergunninghouders geldt dat investeren in digitalisering 
leidt tot substantieel lagere exploitatiekosten en tot het kunnen uitzenden van meer programma's. 
Kortom, digitalisering kan zorgen voor een doelmatiger gebruik van schaars spectrum. Het belang van 
digitalisering en de daarbij behorende voordelen, zijn daarom ook in 2016 en de komende jaren nog 
steeds aan de orde. 

De overheid wil ook de komende jaren in blijven zetten op het in 2009 in gang gezette digitaliserings¬ 
beleid. Het bevorderen van een doelmatig gebruik van frequentie spectrum door onder andere het 
aanmoedigen van digitalisering blijft het belangrijkste beleidsdoel voor de commerciële radiomarkt. 
Ook de Rechtbank Rotterdam heeft in de uitspraak van 26 april 2013 1 het standpunt van de overheid 
dat het digitaliseringsbeleid bijdraagt aan een doelmatig gebruik van de frequentieruimte overtuigend 
geacht. 


2. Verlengbaarheid van de vergunningen 

Zoals hierboven reeds is aangegeven zijn de vergunningen voor landelijke commerciële radio in de 
FM-band in 2011 verlengd om de omschakeling naar digitale etherradio te bevorderen. Met het 
aannemen van de moties Gesthuizen cs. en Rutte/Mohandis 2 heeft de Tweede Kamer de minister van 
Economische Zaken gevraagd over te gaan tot een verlenging van de vergunningen voor commerciële 
radio op de FM-band. Bij brief van 1 september 2015 3 is, voor zover het de landelijke commerciële FM 
betreft, aan de Tweede Kamer gemeld dat het kabinet uitvoering wil geven aan de wens van de 
Tweede Kamer om de vergunningen nogmaals te verlengen voor een periode van vijf jaar, tot en met 
31 augustus 2022. 


1 ECLI:NL:RBROT:2013:CA0348 

2 Motie van het lid Gesthuizen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2014-2015, 24 095, nr. 385;). Motie van de leden Rutten en Mohandis. 
Tweede Kamer, vergaderjaar 2014-2015, 34 264, nr. 27. 

3 Tweede Kamer, vergaderjaar 2014-2015, 24 095, nr. 391 


4 


Staatscourant 2016 nr. 35541 13 juli 2016 





In de brief aan de Tweede Kamer van 26 juni 2015 4 is aangegeven dat de wet als voorkeursinstrument 
een verdeling voorschrijft voor vergunningen die aan het eind van hun looptijd zijn gekomen. Het 
uitgangspunt van het frequentiebeleid en het wettelijk kader is dat schaarse vergunningen eindig zijn 
en na afloop opnieuw worden verdeeld, met toepassing van een van de procedures, bedoeld in artikel 
3.10, eerste lid, onderdelen b tot en met f, van de Telecommunicatiewet (hierna: Tw). Verlengen van de 
vergunning is slechts mogelijk indien van de uitzonderingsgronden in artikel 18 Frequentiebesluit 
2013 gebruik kan worden gemaakt. Uit het tweede lid van dit artikel volgt dat vergunningen verlengd 
kunnen worden indien kan worden vastgesteld dat verlenging van belang is voor de bevordering van 
de overgang van analoge naar digitale techniek. Om van deze uitzonderingsgrond gebruik te kunnen 
maken is een deugdelijke motivering nodig. Om deze reden is in de Kamerbrief van 1 september 2015 
aangegeven dat om met recht gebruik te kunnen maken van deze uitzonderingsgrond een robuust 
digitaliseringsplan van de sector nodig is en dat dit plan ter beoordeling wordt voorgelegd aan een 
onafhankelijk expert. Deze beoordeling vormt onderdeel van een reeds eerder aangekondigde 
evaluatie van het sinds 2011 gevoerde digitaliseringsbeleid. De landelijke commerciële FM-partijen 
hebben gezamenlijk een digitaliseringsplan opgesteld, separaat van de niet-landelijke commerciële 
radio-omroepen en middengolfomroepen. 

Ook in de brief aan de Tweede Kamer van 13 november 2015 5 is aangegeven dat een deugdelijke 
onderbouwing van de verlenging een randvoorwaarde is om een beroep te kunnen doen op de 
uitzonderingsgrond van de wet en de gewenste verlenging goed te kunnen regelen. Uit de brief van 
13 november 2015 volgt dat de onderbouwing vorm gegeven kan worden door middel van een 
robuust en voortvarend uitgevoerd digitaliseringsplan, waarmee een verlenging een overtuigende 
versnelling van de digitalisering meebrengt ten opzichte van dit effect bij een veiling. Het digitalise¬ 
ringsplan van de landelijke partijen speelt dan ook een belangrijke rol bij de onderbouwing van de 
verlenging van de vergunningen voor landelijke commerciële radio in de FM-band. 

Als onafhankelijk adviseur waaraan de digitaliseringsplannen ter beoordeling zijn voorgelegd, is 
benoemd de Kwink groep (hierna: Kwink). Deze onafhankelijk adviseur heeft twee onderzoeksvragen 
nader uitgewerkt 6 : 

1. Terugblik. Een evaluatie van het verlengings- en digitaliseringsbeleid zoals in 2009 aangekondigd 
en vanaf 2011 tot heden geëffectueerd. De evaluatie dient inzicht te geven in de werking van het 
beleid en de mate van doeltreffendheid en doelmatigheid. 

2. Vooruitblik. Een analyse en advies in hoeverre de versnelling van digitalisering via DAB+ bij een 
verlenging van de commerciële radiovergunningen ten opzichte van een veiling deugdelijk kan 
worden onderbouwd. Basis van de analyse vorm(en)t (een) door de commerciële radiosector op te 
leveren en te implementeren digitaliseringsplan(nen). 

De uitkomsten van het rapport van Kwink zijn op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen en vormen 
de basis voor het al dan niet verlengen van de landelijke vergunningen. De conclusies kunnen, voor 
zover in het kader van dit besluit van belang, bij dit besluit worden betrokken. 


3. Beoordeling digitaliseringsplan van de landelijke partijen 

Nadat in 2011 de FM vergunningen zijn verlengd en met de verleende DAB+ vergunningen de 
koppeling is gelegd tussen analoog en digitaal zijn de commerciële omroepen zich gaan inzetten voor 
de digitalisering van de etherradio. Deze inzet heeft er toe geleid dat de landelijke commerciële 
radio-omroepen rond 1 augustus 2013 - kort voor de eerste deadline (1 september 2013) in de 
vergunningen - als eerste van de commerciële radio-omroepen hun DAB+-netwerk hebben aangezet. 

In de vergunningen uit 2011 was ook een uitrolverplichting opgenomen. Op basis van deze gefaseerde 
uitrolverplichting hebben de landelijke commerciële omroepen voor 1 september 2015 volgens hun 
eigen opgave een digitale dekking van 95% buitenshuis bereikt, hetgeen een hogere dekking is dan 
waar zij op basis van hun digitale vergunning toe verplicht waren. 

De landelijke commerciële omroepen zijn dus voortvarend aan de slag gegaan met de ontwikkeling 
van de digitale etherinfrastructuur en hebben deze sneller uitgerold dan op grond van hun vergunning 
vereist was. Daarmee is een goede basis gelegd voor verdere digitalisering. 

Zowel uit gesprekken met de marktpartijen als uit onderzoek (Telecompaper 2014) is gebleken dat een 


4 Tweede Kamer, vergaderjaar 2014-2015, 24 095, nr. 384 

5 Tweede Kamer, vergaderjaar 2014-2015,24 095, nr. 395. 

6 Rapport 'Onderzoek naar digitale etherradio (DAB+)' van 20 april 2016. [Zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/ 
2016/04/20/onderzoek-naar-digitale-etherradio-dab] 


Staatscourant 2016 nr. 35541 13 juli 2016 






indoordekking belangrijk is voor het welslagen van de digitalisering. Primair is de dekking outdoor (in 
de auto) van belang, maar de consument verwacht óók dat hij de nieuwe techniek ongehinderd in huis 
kan gebruiken, bijvoorbeeld op keukenradio's en wekkerradio's. De verdere uitrol van het digitale 
netwerk blijft dan ook om investeringen vragen. 


Deze ontwikkelingen hebben ook als basis gediend voor het digitaliseringsplan dat door de landelijke 
commerciële partijen (VCR) is ingediend en beoordeeld is door Kwink. In het digitaliseringsplan stelt 
de VCR onder meer een 65% (deep)indoor dekking voor. De VCR geeft aan de verdere verdichting in 
gang te zetten nadat voor een verlenging is gekozen. Het staat dan ook vast dat de VCR extra 
inspanningen wil doen om het netwerk te verbeteren. 

In het plan van de VCR wordt aandacht besteed aan de investeringen die nodig zijn om digitalisering 
een stap verder te brengen. Dit als aanvulling op de investeringen die al gedaan zijn. In geval van een 
verlenging zullen de bij de VCR aangesloten omroepen hun investeringen op korte termijn derhalve 
continueren en intensiveren. 


Kwink is van oordeel dat het digitaliseringsplan van de VCR voldoende aanknopingspunten bevat om 
aannemelijk te maken dat de landelijke commerciële radio-omroepen bij een verlenging de investerin¬ 
gen in DAB+ op korte termijn zullen continueren en op korte termijn ook zullen intensiveren. 

In dit kader is van belang dat de commerciële omroepen hebben aangegeven dat zij, in geval er wordt 
gekozen voor een veiling, de investeringen zullen staken teneinde reserves op te bouwen ten behoeve 
van de veiling. Daarnaast zal na een veiling een hernieuwde opstartperiode van investeringen 
mogelijk nodig zijn. 

Een nieuwe verdeling van de vergunning zal dan ook zeer waarschijnlijk er toe leiden dat de voorge¬ 
nomen en benodigde investeringen stil komen te liggen. Kwink merkt hierover op dat het aannemelijk 
is dat de digitalisering in/op het landelijk kavel wordt versneld bij een verlenging in plaats van een 
scenario waarin wordt gekozen voor een veiling en de investeringen worden opgeschort. 

Het kabinet acht de bereidheid van de bestaande landelijke partijen om - op korte termijn - verder te 
investeren en het resultaat dat die investeringen gaat opleveren van groot belang voor het verder 
brengen van de digitalisering en de versnelling daarvan. Digitalisering van de etherradio vergt wel een 
gemeenschappelijke inspanning, waaraan met name de landelijke omroepen (zowel de publieke als de 
commerciële) een belangrijke bijdrage moeten en kunnen leveren. Maar daarnaast acht het kabinet 
ook de inbreng van de industrie (zoals automotive) en de overheid zelf belangrijk. 

De periode van zes jaar waarmee eerder is verlengd, heeft geleid tot een goede ontwikkeling naar 
digitalisering. Maar de zes jaar is te kort gebleken om het aldus gecreëerde momentum te bestendi¬ 
gen. Voorkomen moet worden dat als gevolg van een hernieuwde verdeling dit momentum verloren 
gaat. Bovendien kan gesteld worden dat door een hernieuwde verdeling geplande investeringen 
opgeschort worden en het digitaliseringsproces wat investeringen betreft zal worden vertraagd. 

Ook wat het bereiken van de luisteraars betreft, is het van belang om het gecreëerde momentum nu 
niet te verliezen, maar juist te bestendigen. Ook Kwink geeft dit aan. In dit kader is van belang dat het 
enige tijd na een verdeling duurt totdat de voorkeur van luisteraars is uitgekristalliseerd en dus totdat 
sprake kan zijn van 'vertrouwde programma's'. Hernieuwde verdeling als gevolg waarvan bekende 
zenders kunnen worden opgevolgd door onbekende zenders, kan het proces van vertrouwd raken met 
de eigen (digitale) programma's doen stagneren. De basis voor het vertrouwen van de luisteraar 
richting overstap naar digitale radio is wel gelegd, maar moet nog uitgebouwd worden naar een 
steviger fundament. 

Gelet op het bovenstaande zijn er voldoende redenen aanwezig om te stellen dat verlenging van de 
verleende FM-vergunningen voor de landelijke commerciële omroepen van belang wordt geacht voor 
de bevordering van de overgang van analoge naar digitale techniek. Bij een verlenging kan de reeds 
ingezette ontwikkeling naar digitalisering verder worden voortgezet. Temeer nu de landelijke 
commerciële omroepen zich bereidwillig hebben getoond, middels een robuust geacht digitaliserings¬ 
plan, om verder te investeren in digitalisering. 

Alles overziend, kan worden geconcludeerd dat het digitaliseringsplan van de VCR, zoals onafhankelijk 
en zorgvuldig beoordeeld door Kwink, leidt tot een versnelling van de digitalisering. Dit maakt dat 
gebruik gemaakt kan worden van de uitzonderingsgrond zoals neergelegd in artikel 18, tweede lid, 
aanhef en onder b, van het Frequentiebesluit 2013. 


4. Belangenafweging marktpartijen 

Het voornemen om de verleende FM-vergunningen verlengbaar te stellen op grond van artikel 18, 
tweede lid, aanhef en onder b, van het Frequentiebesluit 2013 vergt een zorgvuldige afweging van alle 
belangen. 


6 


Staatscourant 2016 nr. 35541 13 juli 2016 




In dit kader heeft de voorbereiding van dit besluit plaatsgevonden met toepassing van afdeling 3.4 van 
de Algemene wet bestuursrecht. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om gedurende een periode 
van zes weken hun zienswijzen naar voren te brengen. Daartoe is het voornemen tot verlengbaarheid 
gepubliceerd in de Staatscourant, waarbij het ontwerp van het voor te bereiden besluit is opgenomen 
in de bijlage. Ook zijn de wijzigingen van de te verlengen vergunningen in de bijlage bij het besluit 
opgenomen. In hoofdstuk 9 van deze toelichting wordt ingegaan op de individuele zienswijzen die 
door partijen zijn ingediend in het kader van de openbare voorbereidingsprocedure. 

In dit kader wordt het volgende opgemerkt. Het bevorderen van een doelmatig gebruik van frequentie¬ 
spectrum door onder andere het verder brengen van de transitie van analoog naar digitaal blijft het 
belangrijkste beleidsdoel voor de commerciële radiomarkt. Met een verdere digitalisering wordt de 
concurrentie op termijn sterk bevorderd. Dit algemeen belang weegt zwaar mee in de te maken 
belangenafweging. In dit kader is van belang de markt voor commerciële FM-radio niet op zichzelf te 
zien maar tegen de achtergrond van de huidige technische ontwikkelingen en de maatschappelijke 
impact van deze ontwikkelingen. 

4.1 Bestaande vergunninghouders landelijke commerciële radio 

De bestaande vergunninghouders hebben gevraagd om een verlenging in het belang van de 
digitalisering te ondersteunen. Zij geven aan een verlenging te prevaleren boven een veiling met een 
langere looptijd en het schrappen van de programmatische voorschriften voor de kavels A02 (gouwe 
ouwe), A05 (bijzondere muziek) en A08 (klassieke muziek, jazz). Dit besluit benadeelt de bestaande 
landelijke vergunninghouders derhalve niet. 

4.2 Potentiële nieuwkomers 

Versnelling van digitalisering zal, zoals hierboven reeds is aangegeven, de concurrentie op termijn 
sterk bevorderen omdat er meer spectrum beschikbaar komt voor commerciële radio. Commerciële 
radio wordt primair gefinancierd uit reclameopbrengsten. Ook voor mogelijke potentiële nieuwkomers 
is het derhalve van belang dat de transitie naar digitale radio zo snel mogelijk wordt doorgezet. 
Hiervoor is de koppeling tussen FM en digitale radio noodzakelijk. Gebleken is dat de commerciële 
partijen zonder koppeling niet bereid zijn te investeren in digitale radio. Pas na de koppeling in 2011, 
gecombineerd met een verlenging, kwam de transitie van analoge naar digitale etherradio op gang. 

Op de kortere termijn heeft het beleid tot gevolg dat derden niet in het kader van een nieuwe verdeling 
in aanmerking kunnen komen voor één of meer van deze vergunningen. Gegeven het langere termijn 
doel en de instapmomenten die in 2011 (verdeling kavels A07 en A08) en 2013 (veiling kavel A07) zijn 
gecreëerd, is dit beleid niet onevenredig ten opzichte van mogelijke potentiële nieuwkomers. Hierbij is 
ook relevant dat de afgelopen periode geen nieuwkomers hebben aangegeven dat zij een veiling van 
de landelijke kavels wensen. 

Het voorgaande betekent overigens niet dat de markt volledig op slot zit voor nieuwkomers in de 
radiomarkt. Voor het FM segment wordt opgemerkt dat derden gedurende de komende vergunnings- 
periode een landelijke commerciële FM-vergunning en een vergunning voor digitale radio-omroep 
kunnen verkrijgen via overdracht. Zo heeft Q-music in de periode 2003-2011 via overdracht kunnen 
toetreden door een vergunning van een bestaande partij over te nemen. Ook heeft een aantal 
radio-omroepen kunnen toetreden door een overeenkomst te sluiten met MTV NL, de houder van een 
landelijke vergunning voor digitale omroep. Daarnaast kan ook wisseling van eigenaar, zoals in het 
geval van SLAMIFM, mogelijkheden voor geïnteresseerde nieuwkomers bieden. Ook zijn er in 2011 en 
2013 verdelingen geweest waarin een landelijke FM-vergunning verworven kon worden. Kortom, de 
feiten na 2003 maken duidelijk dat toetreding tot de landelijke FM mogelijk is gebleken. 

Naast de mogelijkheden van overdracht en overname (secundaire markttoegang) is het van belang dat 
er voor derden ook de mogelijkheid wordt gecreëerd om digitaal spectrum te verwerven, zonder 
koppeling met een FM-vergunning. In de brief aan de Tweede Kamer van 26 juni 20 1 5 7 is, mede met 
het oog op nieuwe toetreders aangekondigd dat ter ondersteuning van de digitaliseringsbeleid in elk 
geval extra spectrum beschikbaar wordt gesteld dat in het voorjaar van 2017 zal worden geveild. 

Alles in samenhang beziend, wordt het belang van verlenging en de op basis daarvan verwachte 
versnelling van digitalisering zwaarder geacht dan het korte termijn belang van nieuwkomers om in 
het kader van een hernieuwde verdeling toe te treden het komende jaar. 


7 Tweede Kamer, vergaderjaar 2014-2015, 24 095, nr. 384 


Staatscourant 2016 nr. 35541 13 juli 2016 





5. Duur van de verlenging 

De vergunningen worden verlengbaar gemaakt voor een periode van vijf jaar. 

De eerdere verlengingsperiode van zes jaar is onvoldoende gebleken om de digitalisering een 
voldoende stabiele basis te geven. Een deel van deze jaren was nodig om een operator te selecteren 
en het DAB+-netwerk uit te rollen en in gebruik te nemen. Vervolgens is de zes jaren onvoldoende 
gebleken om zodanig aanbod te creëren dat een substantieel deel van de luisteraars de overstap naar 
digitale etherradio heeft willen of kunnen maken. 

Met de combinatie van de stappen zoals toegezegd in het landelijke digitaliseringsplan en de verdere 
uitrolverplichting naar 'in huis' kan worden aangenomen dat met de te verlengen periode van vijf 
extra jaren een stevig fundament voor digitalisering kan worden gelegd. 

Ook in andere Europese landen is gebleken dat de aanloopperiode meer tijd kost, dan aanvankelijk 
was voorzien. Ook anderszins kunnen parallellen worden getrokken tussen de ontwikkeling in 
Nederland en landen in Europa. 

Het parlement van Vlaanderen heeft bijvoorbeeld in het najaar van 2015 besloten dat de vergunningen 
voor de commerciële FM-radio verlengd zullen worden, onder meer onder de voorwaarde dat de 
zenders zullen investeren in DAB+. 

Het Verenigd Koninkrijk is eerder gestart met de digitalisering en loopt dus voorop, zoals blijkt uit 
digital radio rapport van Ofcom 8 . Niettemin is in het Verenigd Koninkrijk recentelijk besloten om de 
Broadcasting Act 1990 te wijzigen om landelijke FM-vergunningen voor een tweede keer te kunnen 
verlengen. Uit de bijbehorende stukken kan worden opgemaakt dat deze verlenging is ingegeven door 
de wens 'to continue to give the radio sector the certainty it needs to continue to invest in DAB, whilst 
still providing audiences with a wide range of quality content'. 


6. Eenmalig bedrag 

Bij verlenging van de vergunningen voor landelijke commerciële radio in de FM-band zal een 
vergoeding verschuldigd zijn als bedoeld in artikel 3.15 van de Telecommunicatiewet. Het ministerie 
van Economische Zaken heeft SEO Economisch Onderzoek (SEO) en het Instituut voor Informatierecht 
(IViR) gevraagd wederom onderzoek te doen naar de waarde die deze vergunningen voor een 
gemiddeld efficiënte nieuwkomer vertegenwoordigen. Gezien het feit dat de vergoedingen - op die 
voor het kavel A02 na - en daarmee de onderliggende waarderingsmethodiek alle juridische toetsen 
der kritiek hebben doorstaan, dient bij dit onderzoek zo veel mogelijk aangesloten te worden bij de 
eerder ontwikkelde methodiek. Het bedrag voor de landelijke commerciële vergunningen zal derhalve 
bepaald worden overeenkomstig het model dat door SEO Economische Onderzoek is opgesteld in 
2009 en 2010 en ook bij de vorige verlenging is toegepast. De inputvariabelen in dit model worden 
geactualiseerd. Daarnaast dient er rekening te worden gehouden met de kortere looptijd van de 
nieuwe verlengingsperiode en zal de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven 
(CBb) 9 inzake kavel A02 in acht worden genomen. Het CBb oordeelde dat de gehanteerde methode 
voor dit geclausuleerde kavel onvoldoende onderscheid kon maken tussen het effect van clausulering 
en de specifieke prestaties van de vergunninghouder. 


7. Wijzigingen in de vergunningen 

Naast de toegezegde inspanningen van de landelijke commerciële omroepen blijft er behoefte aan een 
impuls van de overheid voor verdergaande digitalisering. De overheid kan door het opleggen van 
verplichtingen de benodigde samenwerking onder de commerciële partijen bevorderen en zo een 
impuls geven aan de verdere uitrol van het digitale netwerk, zoals dit ook in de afgelopen jaren is 
gedaan. Daartoe zullen in de te verlengen FM vergunningen de meeste elementen uit het bestaande 
digitaliseringsbeleid worden behouden. 

De FM-vergunningen zullen dan ook ongewijzigd worden verlengd zoals zij nu gelden, behoudens een 
aantal kleinere wijzigingen. Zo zal de afloopdatum met vijf jaar verlengd worden. Daarnaast wordt 
verduidelijkt dat via één FM-vergunning één programma moet worden uitgezonden. Via één kavel 
dient dus via de verschillende frequenties hetzelfde programma te worden uitgezonden. Voorts wordt 
in de begripsbepalingen van 'ongeclausuleerde landelijke vergunning' en 'geclausuleerde landelijke 
vergunning' de verwijzing naar artikel 3.3., vijfde lid, van de Telecommunicatiewet geschrapt. Die 
verwijzing zag op dat artikel, zoals dat ten tijde van de verlenging van 21 april 2011 luidde. Na 2011 is 


8 http://stakeholders.ofcom.org.uk/binaries/research/radio-research/2015/2015_Digital_Radio_Report.pdf 

9 ECU :NL:CBB:2015:2 


Staatscourant 2016 nr. 35541 13 juli 2016 






hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet gewijzigd, zodat de verwijzing niet langer juist is. Om aan te 
duiden dat het een ongeclausuleerde of juist geclausuleerde vergunning betreft, kan met de verwijzing 
naar de betrokken artikelen in de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële 
radio-omroep 2003 worden volstaan. 


Aan elke landelijke FM-vergunning wordt wederom 1/9-deel van de capaciteit van allotment gekop¬ 
peld. Net als bij de vorige verlenging zullen de gekoppelde vergunningen voor digitale radio-omroep 
op volgorde van binnenkomst worden verleend. Dit volgt uit de wijziging van het Nationaal Frequen- 
tieplan 2014 die gelijktijdig met dit besluit wordt vastgesteld. 

De ontwerpen van de te verlenen vergunningen voor digitale radio-omroep zullen tegelijk met de 
ontwerp-aanvraagregeling voor de te verlengen landelijke FM en te verlenen DAB+ vergunningen 
geconsulteerd worden (zie paragraaf 8). 

De in de DAB+vergunningen opgenomen ingebruiknameverplichting zal worden aangescherpt. 

Immers door de ingebruiknameverplichting aan te scherpen, wordt de bijdrage aan het digitaIiserings- 
beleid verder vergroot. Dit is te rechtvaardigen aangezien voor de huidige vergunninghouders de 
geldigheidsduur van hun vergunning met vijf jaar verlengd wordt. Deze aangescherpte ingebruikna¬ 
meverplichting draagt ook bij aan het beleidsuitgangspunt om over vijf jaar de schaarse frequentie¬ 
ruimte in zijn geheel te kunnen veilen. 

Verder zal in de vergunning voor digitale radio-omroep de verplichting om een tweede programma 
per vergunning uit te zenden komen te vervallen. Flierdoor kan de vergunninghouder zijn te simulcas- 
ten programma met een hogere geluidskwaliteit uitzenden en dat programma verrijken met innova¬ 
tieve content. 

Zoals aangegeven, worden deze ontwerpvergunningen later apart geconsulteerd. 


8. Aanvraag tot verlenging 

Er zal een eenvoudige aanvraagprocedure gehanteerd worden, die vergelijkbaar is met de procedure 
die gold bij de verlenging van de commerciële FM-vergunningen in 2011 10 . 

Dit betekent dat na vaststelling van het eenmalig bedrag voor de verlenging een aanvraagprocedure 
zal worden opengesteld voor enkele weken. Voor de aanvraag zelf zal een aanvraagformulier worden 
opgesteld, waarin aangegeven dient te worden voor welke vergunningen een verlening wordt 
aangevraagd. Die aanvraagprocedure ziet zowel op de verlenging van FM-vergunningen als de 
aanvraag voor de gekoppelde vergunning voor digitale radio-omroep. 


9. Openbare voorbereidingsprocedure 

Dit besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit 
houdt in dat het voorgenomen besluit zes weken, namelijk van 26 april 2016 tot en met 6 juni 2016, 
publiek ter inzage heeft gelegen zodat eenieder zijn of haar zienswijze hierop kon geven. Hieronder 
wordt op de gegeven zienswijzen ingegaan voor zover zij betrekking hebben op dit besluit tot 
verlengbaarheid van de landelijke commerciële vergunningen in de FM-band. Dit betekent dat niet 
nader zal worden ingegaan op zienswijzen die betrekking hebben op de eventuele verlenging van 
vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio in de FM-band of de eventuele verlening van de 
middengolfvergunningen. Op zienswijzen die betrekking hebben op de keuze voor vergroting van de 
transmissiekwaliteit voor digitale etherradio of op het al dan niet bepalen van een afschakeldatum 
voor de FM wordt ingegaan in de toelichting op het besluit tot wijziging van het Nationaal Frequentie- 
plan 2014 in verband met het verlengings- en digitaliseringsbeleid voor landelijke commerciële radio, 
die tegelijk met dit verlengbaarheidsbesluit wordt bekendgemaakt. 

Een aantal respondenten kan zich verenigen met het ontwerpbesluit en onderschrijft in zoverre het 
gevoerde beleid. Op die zienswijzen wordt daarom hieronder evenmin verder ingegaan. 

Een partij vraagt aandacht voor DAB+ spectrum voor nieuwkomers. Hierover merk ik op dat dit besluit 
niet de uitgifte van DAB+ spectrum regelt, maar alleen de verlenging van de landelijke commerciële 
FM-vergunningen. Inhoudelijk kan opgemerkt worden dat in het najaar van 2017 extra frequentie¬ 
ruimte voor digitale radio geveild zal worden. Dit geeft nieuwkomers de kans om toe te treden tot de 
markt voor digitale radio. 

Een partij heeft verzocht om in de vergunningen op te nemen dat een vergunninghouder storing op 


10 Regeling verlenging en digitalisering landelijke commerciële radio-omroep, Stcrt. 2011, 5064 


9 


Staatscourant 2016 nr. 35541 13 juli 2016 






vaste telecommunicatie-infrastructuren moet voorkomen en oplossen. Deze zienswijze wordt zo 
begrepen dat de respondent aandacht vraagt voor storing van het DAB+ zenders op kabeltelevisienet- 
werken. Dit besluit regelt niet de uitgifte van vergunningen voor digitale radio. Die ontwerpvergunnin- 
gen worden later separaat geconsulteerd. Het voornemen bestaat om de huidige bepalingen over 
storing op kabeltelevisienetwerken te handhaven. 


Tot slot heeft deze partij tevens geadviseerd om aan de te verlengen vergunningen een harde 
doelstelling inzake de groei van het aantal luisteraars naar DAB+ te verbinden. Een toename van het 
aantal luisteraars naar DAB+ is inderdaad een belangrijke voorwaarde voor het succes van digitale 
radio. Hoewel de landelijke commerciële omroepen daar zeker een belangrijke bijdrage aan kunnen 
leveren, kunnen zij niet afzonderlijk verantwoordelijk worden gehouden voor een bepaalde toename 
van het aantal luisteraars naar DAB+. Deze toename dient een gezamenlijke inspanning te zijn; van 
commerciële en publieke omroepen, van de overheid, maar ook van bijvoorbeeld de automotive- 
industrie. Van een harde voorwaarde aan de afzonderlijke vergunningen kan dan ook geen sprake zijn. 
In plaats daarvan zullen met de landelijke commerciële omroepen nadere afspraken worden gemaakt 
ten aanzien van hun toezeggingen aangaande marketing en investeringen in digitale radio. 


De Minister van Economische Zaken, 
H.G.J. Kamp 


10 


Staatscourant 2016 nr. 35541 13 juli 2016