Regeling van de Minister van Finoncién en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 mei 2015, kenmerk: FM 2015/799 M, tot vaststelling van de bandbreedtes en tarieven, bedoeld in artikel 13, zevende lid, van de Wet bekostiging financieel toezicht, voor het jaar 2015 (Regeling bekostiging financieel toezicht 2015)

Survival, Water, Medical Field Manuals

Military Manuals

Nederlandse Overheid, Dutch Government, Tweede Kamer Der Staten Generaal

Document text

Regeling bekostiging financieel toezicht 2015 


Regeling van de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 

van2 8 MEl 2015 

kenmerk: FM 2015/799 M, 

tot vaststelling van de bandbreedtes en tarieven, bedoeld in artikel 13, zevende lid, van de Wet 
bekostiging financieel toezicht, vaar het jaar 2015 (Regeling bekostiging financieel toezicht 2015), 


DE MINISTER VAN FINANCIËN EN DE STAATSECRETARIS VAN SDCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID, 
Gelet op artikel 13, zevende lid, van de Wet bekostiging financieel toezicht; 

BESLUITEN: 

Artikel 1 

In deze regeling wordt verstaan onder:' 

a. geconsolideerde jaarrekening : jaarrekening waarin de activa, passiva, baten en lasten van 
personen die een groep of groepsdeel vormen en andere in de consolidatie meegenomen personen, 
als één geheel zijn opgenomen; 

b. toezichtcategorie: toezichtcategorie als bedoeld in bijlage ll en III van de Wet bekostiging 
financieel toezicht. 

Artikel 2 

1. Voor het kalenderjaar 2015 worden de bandbreedtes en tarieven, bedoeld in artikel 13, zevende 
lid, van de Wet bekostiging financieel toezicht, voor bijlage ll, onderdeel "Toezichthouder: 
Autoriteit Financiële Markten", als volgt vastgesteld: 


Toezichtcategorie 

Maatstaf 

Bandbreedtes 

Tarieven 

Aanbieders van krediet 

Particuliere 

cliënten(PC): 

Aantal particuliere 

>0 tot en met 5.000 PC 

€ 1.140 vermeerderd met: 

€ 3,45 per PC 


cliënten dat met de 
aanbieder rechtstreeks 
of middellijk ais 
wederpartij een 

>5.000 tot en met 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 2,41 per PC 


overeenkomst is 
aangegaan inzake 
krediet 

10.000 PC 

> 10.000 tot en met 

100.000 PC 

>100.000 PC 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

C 0,34 per PC 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 0,17 per PC 

Accountantsorganisaties 

Omzet: 

1 

€ 1.600 in voorkomend 


_1 


geval vermeerderd met: 






- 2 - 


i oezicfitcategorie 


Maatstaf 

Omzet uit wettelijke 
controles bij 
organisaties van 
openbaar belang 
(008-controles) en bij 
controlecliënten die 
geen organisaties van 
openbaar belang zijn 
{niet 008-controles) 


Bandbreedtes 
Omzet uit OOB-controles: 


>€ 10 miljoen tot'en met 
€ 20 miljoen 


Tarieven 


€ 33.240 per € miljoen 
omzet 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 15.928 per € miljoen 
omzet 


>€ 0 tot en met €10 miljoen 



>€20 miljoen 


in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 8.587 per € miljoen 
omzet 


in voorkomend geval 
vermeerderd met: 


Omzet uit niet OOB- 
controles: 


>€ 0 tot en met 
€ 20 miljoen 


€ 10.111 per € miljoen 
omzet 


>€20 miljoen tot en met 
€100 miljoen 


in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 5.679 per € miljoen 
omzet 


>€ 100 miljoen 


Adviseurs en bemiddelaars 


Fte's: 


in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 2.078 per € miljoen 
omzet 


€ 820 vermeerderd met: 


Afwikkelondernemingen, 
betaalinstellingen en 
elektroniscligeldinstellingen 


Het aantal werknemers 
en andere personen, 
die zich onder 
verantwoordelijkheid 
van de financiële 
dienstverlener direct of 
indirect bezighouden 
met financiële 
dienstverlening, 
waarbij het aantal 
deeltijdmedewerkers 
wordt omgerekend 
naar 

voltijdmedewerkers 

Pro visie-inkomsten 
(PI) 


>0 tot en met 20,0 fte's 


>20,0 tot en met 
200,0 fte's 


>200,0 tot en met 
500,0 fte's 


>500,0 fte's 


Personen met PI in het 
bereik van: 

€ 0 tot en met 
€ 0,2 miljoen 


€ 337 per fte 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 307 per fte 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 62 per fte 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 16 per fte 


€ 522 





-3- 


Toezichtcategorie 


Maatstaf 


Banken en 
clearinginstellingen 


Beleggingsinstellingen en 
aanbieders van 
beleggingsobjecten 


Beleggingsondernemingen 
niet voor eigen rekening, 
exclusief exploitanten van 
een MTF 


Bandbreedtes 

Tarieven 

>£ 0,2 miljoen tot en met 

€ 1.140 

£ 0,5 miljoen 


>€ 0,5 miljoen tot en met 

£ 1.855 

£ 1 miljoen 


>€ 1 miljoen tot en met 

€ 2.533 

£ 5 miljoen 


>€ 5 miljoen 

€ 3.250 


Minimum omvang 

toetsingsvermogen 

(MTV): 

Minimum omvang 
toetsingsvermogen 
berekend conform de 
regels die op grond 
van artikel 3:57 van 
de Wet op het 
financieel toezicht 
worden bepaald 


Balanstotaal (BT): 

Het gezamenlijk 
balanstotaal waarover 
beheer wordt gevoerd 


Vergunningtypen in 
combinatie met 
effectenrekeningen: 

a. vergunningtypen 
voor het verlenen van 
beleggingsdiensten als 
bedoeld in artikel 1:1 
van de Wet op het 
financieel toezicht; 

b. het aantal 
effectenrekeningen 
(ER) bij of in beheer 


>€ 0 tot en met 
€ 80 miljoen MTV 


>€ 80 miljoen tot en met 
€ 400 miljoen MTV 


>€ 400 miljoen tot en met 
€ 4 miljard MTV 


>€ 4 miljard MTV 


>£ 0 tot en met 
€ 5 miljard BT 


>£ 5 miljard tot en met 
£ 10 miljard BT 


>£ 10 miljard tot en met 
£ 15 miljard BT 


>£15 miljard BT 


Vergun ningtyp en: 

Vergunning voor het 
ontvangen en doorgeven 
van orders als bedoeld in 
artikel 1:1 van de Wet op 
het financieel toezicht 

Vergunning voor het 


€ 8.130 vermeerderd met: 

€ 1.250 per € miljoen MTV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 541 per £ miljoen MTV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 282 per £ miljoen MTV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 82 per £ miljoen MTV 

£ 6.540 vermeerderd met: 

£ 55,93 per £ miljoen BT 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 31,15 per £ miljoen BT 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 2,48 per £ miljoen BT 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 0,14 per€ miljoen BT 


£ 1.634 in voorkomend 
geval vermeerderd met: 


£ 4.902 in voorkomend 





- 4 - 


Toezichtcategorie 

Maatstaf 

Bandbreedtes 

Tarieven 


bij de desbetreffende 
instelling 

uitvoeren van orders voor 
rekening van cliënten als 
bedoeld in artikel l:l van 
de Wet op het financieel 
toezicht 

geval vermeerderd met: 



Vergunning vermogens¬ 
beheer als bedoeld in 
artikel 1:1 van de Wet op 
het financieel toezicht 

€ 6.S36 in voorkomend 
geval vermeerderd met: 



Vergunning voor 
beleggingsadvies als 
bedoeld in artikel 1:1 van 
de Wet op het financieel 
toezicht 

€ 4.902 in voorkomend 
geval vermeerderd met: 



Vergunning voor het 
begeleiden of overnemen 
van emissies met 
plaatsingsgaranties als 
bedoeld in artikel lrlvan 
de Wet op het financieel 
toezicht 

€ 1,634 in voorkomend 
geval vermeerderd met: 



Vergunning voor het 
begeleiden van emissies 
zonder plaatsingsgarantie 
als bedoeld in artikel 1:1 
van de Wet op het 
financieel toezicht 

€ 1.634 in voorkomend 
geval vermeerderd met: 



In combinatie met 
effectenrekeningen (ER): 

In alle gevallen 
vermeerderd met: 



0 tot en met 100 ER 

€ 8,67 per ER 



>100 tot en met 1.000 ER 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 6,89 per ER 



>1.000 tot en met 

10.000 ER 

>10.000 ER 

in voorkomend geval 
vermeerderd met; 

£ 3,44 per ER 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€1,71 per ER 

Beleggingsondernemingen 
voor eigen rekening 

Handelaren: 

Het aantal in 

Nederland werkzame 
personen dat door de 
onderneming is belast 
met het verrichten van 
transacties in. 

>0 handelaren 

€ 460 vermeerderd met: 

€ 1.165 per handelaar 


Toezichïcaiegorie 


Maatstaf 

financiële 

instrumenten 


Bandbreedtes 


Tarieven 


Centrale tegenpartijen 


Effectenuitgevende 
instellingen: markt 


Omzet: 

De aan de hand van de 
artikelen 41, 42 en 43 
van Verordening (EU) 
Nr. 648/2012 (EMIR- 
verordening) te 
bepalen waarde van 
het geheel aan 
middelen dat de 
centrale tegenpartij 
aanhoudt ter dekking 
van de risico's die zij 
loopt. 


Marktkapitalisatie: 
De gemiddelde 
marktkapitalisatie 
(GMK) van de 
instelling. 


>€ 0 tot en met 
€ 10 miljoen 


>€ 10 miljoen tot en met 
€ 100 miljoen 


>€ 100 miljoen toten met 
£ 1 miljard 


>£ 1 miljard 


Personen als bedoeld in 
artikel 5:2Si, eerste lid, 
artikel 5:33, eerste lid, . 
onderdeel a, of 
artikel 5:60, eerste lid, 
onderdeel a, van de Wet 
op het financieel toezicht 
voor zover het aandelen 
uitgevende personen 
betreft niet zijnde 
beleggingsm aa tschappijen: 


€ 19.700 vermeerderd 
met: 

€ 1.470 per € miljoen 
omzet 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 440 per £ miljoen omzet 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 70 per € miljoen omzet 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 50 per miljoen £ omzet 


£ 9.710 vermeerderd met: 


>£ o tot en met 
£ 500 miljoen GMK 


£ 41,48 per £ miljoen GMK 


>£ 500 miljoen tot en met 
£ 1 miljard GMK 


>£ 1 miljard tot en met 
£ 5 miljard GMK 


>€ 5 miljard GMK 

Personen als bedoeld in 
artikel 5:25i, eerste lid, 
artikel 5:33, eerste lid, 
onderdeel a, of 
artikel 5:60, eerste lid, 
onderdeel a, van de Wet 
op het financieel toezicht 
voor zover het aandelen 


in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 25,26 per € miljoen GMK 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 11,75 per € miljoen GMK 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 0,71 per € miljoen GMK 



' 6 - 


Toezichtcategorie 

| Maatstaf 

Bandbreedtes 

Tarieven 


| 

uitgevende personen 
betreft zijnde 
beleggingsmaa tschappijen 

0.320 


| 

Personen als bedoeld in 
artikel 5:25i, eerste lid, 
artikel 5:33, eerste lid, 
onderdeel a, of 
artikel 5:60, eerste lid, 
onderdeel a, van de Wet 
op het financieel toezicht 
voor zover het 
schuldpapier uitgevende 
personen betreft 

€ 980 

Effectenuitgevende 
instellingen: verslaggeving 

Marktka pitalisa tie 
terwijl voor partijen 
die geen 

marktkapitalisatie 
kennen het eigen 
vermogen relevant is: 

Ma rktkapita lisatie: 

De gemiddelde 
marktkapitalisatie 
(GMK) van de 
instelling. 

Eigen vermogen . 

Eigen vermogen (EV). 

Personen als bedoeld in 
artikel 5:25b, eerste lid, 
van de Wet op het 
financieel toezicht of 
artikel 1, onderdeel b, van 
de Wet toezicht financiële 
verslaggeving voor zover 
zij een geconsolideerde 
jaarrekening opstellen: 

€ 6.970 vermeerderd met: 



>e 0 tot en met 
e 500 miljoen GMK of EV 

€ 27,38 per € miljoen GMK 
of EV 



>£ 500 miljoen tot en met 
£ 1 miljard GMK of EV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

C 16,64 per € miljoen GMK 
of EV 



>€ 1 miljard tot en met 
€ 5 miljard GMK of EV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 8,32 per € miljoen GMK 
of EV 



>£ 5 miljard GMK of EV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 0,47 per £ miljoen GMK 
of EV 



Personen als bedoeld in 
artikel 5:25b, eerste lid, 
van de Wet op het 
'mandeel toezicht of 
artikel 1, onderdeel b, van 
ie Wet toezicht financiële 




- 7 - 


Toezichtcategorïe 

Maatstaf 

Bandbreedtes 

Tarieven 



verslaggeving voor zover 
zij geen geconsolideerde 
jaarrekening opstellen 

£ 3.260 

Financiële infrastructuur: 

Transacties: 


£ 57.480 vermeerderd 

marktexploitanten en 

' 


met: 

exploitanten van een MTF 

Het aantal transacties 

>0 tot en met 10.000 

€ 0,6837 per transactie 


(enkele telling) in 
financiële 

transacties 

in voorkomend geval 


instrumenten dat tot 


vermeerderd met: 


stand is gekomen 

>10.000 tot en met 

£ 0,2067 per transactie 


volgens de regels en 
de systemen van de 

100.000 transacties 

in voorkomend geval 


desbetreffende 


vermeerderd met: 


gereglementeerde 

>100.000 tot en met 

€ 0,0350 per transactie 


markt of multilaterale 

1.000.000 transacties 



handelsfaciliteit. 

>1.000.000 transacties 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 0,0239 per transactie 

Pensioenfondsen en 

Deze categorie kent 



premiepensioeninstellingen 

twee 

heffingsmaatstaven 
die beide worden 
toegepast: 


£ 700 vermeerderd met: 


t. Deelnemers : 

Deelnemers: 



Aantal actieve 
deelnemers 

>0 tot en met 100.000 

€ 0,43 per deelnemer 


2. Vermogen: 

Som van de technische 

deelnemers 

in voorkomend geval 


voorzieningen en het 


vermeerderd met: 


eigen vermogen 

>100.000 tot en met 

£ 0,05 per deelnemer 


(TV+EV) 

500.000 deelnemers 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 



>500.000 tot en met 

€ 0,03 per deelnemer 



1.000.000 deelnemers 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 



>1.000,000 deelnemers 

£ 0,01 per deelnemer 



In combinatie met 

In alle gevallen 



Vermogen: 

vermeerderd met: 



>€ 0 tot en met 

£ 2,71 per £ miljoen 



€ 10 miljard TV+EV 

TV+EV 




in voorkomend geval 
vermeerderd met: 



>£10 miljard tot en met 

£ 0,38 per £ miljoen 



€ 50 miljard TV+EV 

TV+EV 




in voorkomend geval 
vermeerderd met: 


_L 

>£ 50 miljard tot en met £ 

£ 0,10 per £ miljoen 





: Toezichfca'cegorie 

Maatstaf 

| Bandbreedtes 

Tarieven 



100 miljard TV+EV 

TV+EV 

j 


>€ 100 miljard TV+EV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 0,04 per € miljoen 

TV+EV 

Verzekeraars: Leven- en 
pensioen 

j 

Premie-inkomen: 

Bruto premie-inkomen 
in Nederland (BPIN) 
uit 

pensioenverzekeringen 

en 

levensverzekeringen 

>€ 0 tot en met 
£ 1 miljard BPIN 

>€ 1 miljard tot en met 
€ 2 miljard BPIN 

€ 2,730 vermeerderd met: 

£ 488,80 per € miljoen 

BPIN 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 291,20 per € miljoen 

BPIN 



>€ 2 miljard tot en met 
€ 3 miljard BPIN 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 98,80 per € miljoen 

BPIN 



>€ 3 miljard BPIN 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 24,9G per € miljoen 

BPIN 

Verzekeraars: Schade 

Premie-inkomen: 


£ 1.250 vermeerderd met: 


Bruto premie-inkomen 
in Nederland (BPIN) 

>£ 0 tot en met 
€ 1 miljard BPIN 

€ 140,71 per £ miljoen 

BPIN 



>€ 1 miljard toten met 
€ 2 miljard BPIN 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 84,26 per € miljoen 

BPIN 



>€ 2 miljard tot en met 
€ 3 miljard BPIN 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 28,09 per € miljoen 

BPIN 



>€ 3 miljard BPIN 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 6,96 per £ miljoen BPIN 

Verzekeraars: zorg 

Premie-inkomen: 


€ 750 vermeerderd met: 

_ 

Bruto premie-inkomen 
in Nederland (BPIN) 

>e 0 tot en met 
€ 1 miljard 8PIN 

>C 1 miljard tot en met 
£ 2 miljard BPIN 

>£ 2 miljard tot en met 

E 3 miljard BPIN 

£ 2,21 per € miljoen BPIN 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 1,32 per £ miljoen BPIN 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 0,44 per £ miljoen SPIN 







-9- 


Toezïchtcaiegorïe 

Maatstaf 

Bandbreedtes 

Tarieven 



>€ 3 miljard BPIN 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 0,11 per £ miljoen BPIN 


2. Twee of meer aanbieders van beleggingsobjecten waaraan een vergunning is verleend als bedoeld 
in artikel 2:55 van de Wet op het financieel toezicht en die gedurende het gehele jaar, in steeds 
dezelfde samenstelling, gezamenlijk aanbiedingen doen aan consumenten, of deze aanbiedingen aan 
consumenten gezamenlijk beheren, worden voor de toepassing van artikel 2 aangemerkt als één 
persoon. 

Artikel 3 

1. Voor het kalenderjaar 2015 worden de bandbreedtes en tarieven, bedoeld in artikel 13, zevende 
lid, van de Wet bekostiging financieel toezicht, voor bijlage II, onderdeel "Toezichthouder: de 
Wederlandsche Bank", als volgt vastgesteld: 


Toezichtcategorie 

Maatstaf 

Bandbreedtes 

Tarieven 

Beleggingsinstellingen 

Balanstotaal (BT): 


€ 4.000 vermeerderd 
met: 


Het gezamenlijk 

>€ 0 tot en met 

€ 8 per £ miljoen BT 


balanstotaal waarover 

€ 5 miljard BT 


beheer wordt gevoerd 

>€ 5 miljard tot en met 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 6 per £ miljoen BT 



£ 10 miljard BT 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 



>£ 10 miljard tot en met 

€ 0,50 per £ miljoen BT 



€ 15 miljard BT 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 



>€15 miljard BT 

€ 0,20 per £ miljoen BT 

Beleggingsondernemingen 

Vergunningtypen in 



niet voor eigen rekening 

combinatie met 
effectenrekeningen : 


€ 2.500 in voorkomend 
geval vermeerderd met: 


a. vergunningtypen voor 
liet verlenen van 

Vergunningtypen: 



beleggingsdiensten als 

Vergunning voor het 

€ 0 


bedoeld in artikel 1:1 

ontvangen en doorgeven 



van de Wet op het 

van orders als bedoeld in 



financieel toezicht; 

artikel 1:1 van de Wet op 



b. het aantal 
effectenrekeningen (ER) 

het financieel toezicht 

• 

in voorkomend gevaJ 


bij of in beheer bij de 


vermeerderd met: 


desbetreffende instelling 

Vergunning voor het 
uitvoeren van orders 
voor rekening van 
cliënten als bedoeld in i 

artikel 1:1 van de Wet op | 

€ 3.000 





- 10 - 


Toeziclitcategorie 

Maatstaf 

Bandbreedtes 

Tarieven 



het financieel toezicht 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 



Vergunning vermogens¬ 
beheer als bedoeld in 

€ 3.000 



artikel 1:1 van de Wet op 
het financieel toezicht 

in voorkomend geval 
'vermeerderd met: 



Vergunning voor 
beleggingsadvies als 
bedoeld in artikel 1:1 

e 0 



van de Wet op het 
financieel toezicht 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 



Vergunning voor het 
begeleiden of overnemen 
van emissies met 
plaatsingsgaranties als 
bedoeld in artikel 1:1 
van de Wet op het 

£ 5.000 


financieel toezicht 


Vergunning voor het 
begeleiden van emissies 
zonder plaatsings¬ 
garantie als bedoeld in 
artikel 1:1 van de Wet op 
het financieel toezicht 


in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 2.500 


In combinatie met 
effectenrekeningen (ER): 

>0 tot en met 250 ER 


>250 tot en met 
.10.000 ER 


In alle gevallen 
vermeerderd met: 

€ 0 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 14,00 per ER boven de 
250 ÉR 


Beleggingsondernemingen 
voor eigen rekening 


>10.000 ER 


Handelaren: 


Aantal in Nederland 

>0 handelaren 

werkzame personen dat 


door de 


beleggingsonderneming 


is belast met het 


verrichten van 


transacties in financiële 


instrumenten 



in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

e 0 

£ 3.S00 vermeerderd 
met: 

€ 725 per handelaar 



- 11 - 



Toezicfotcategorie 

Maatstaf 

Bandbreedtes 

Tarieven 

Betaalinsteliingen, 
clearmginstellingen en 
elektronischgelclinstellingen 

Provisie-inkomsten (PI) 

Personen waaraan een 
vergunning is verleend 
als bedoeld in de 
artikelen 2:3a, eerste lid, 
2:3e, eerste lid, of 2:10a 
van de IVef op het 
financieel toezicht: 




Personen met PI in het 
bereik van: 




£ 0 tot en met 
£ 0,2 miljoen 

£ 18.000 



>£ 0,2 miljoen tot en 
met £ 0,5 miljoen 

£ 38.000 



>£ 0,5 miljoen tot en 
met £ 1 miljoen 

£ 68.000 



>£ 1 miljoen tot en met 

C 5 miljoen 

£ 110.000 



>£ 5 miljoen tot en met 
€ 50 miljoen 

£ 152.000 



>£50 miljoen 

£ 194.000 



Personen waaraan een 
vergunning is verleend 
als bedoeld in de 
artikelen 2:54i, eerste 
lid, of 2:541, eerste lid 
van de Wet op het 
financieel toezicht 

€ 3.000 

Pensioenfondsen en 
premiepensioeninstellingen 

Instellingen met vereist 
eigen vermogen (excl. 
premie- 

pensioeninstellingen): 


£ 2.000 vermeerderd 
met: 


Som van de technische 
voorziening 

pensioenverplichting en 
het vereist eigen 
vermogen (TV+VEV), 
vermenigvuldigd met 
een bonus/malus factor. 

Oe bonus/malus factor 
is gelijk aan de som van 
de technische 
voorziening 

pensioenverplichting en 
het vereist eigen 

>€ 0 tot en met 
€ 10 miljard TV+VEV 

>£10 miljard tot en met 
£ 50 miljard TV+VEV 

£ 53,57 per £ miljoen 
TV+VEV vermenigvuldigd 
met de als volgt te 
berekenen bonus/malus 
factor: 

((TV+VEV)/(TV+EV)) 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 8,04 per £ miljoen 

TV+VEV vermenigvuldigd 
met de als volgt te | 








- 12 - 


Toezichtcategorie 


Maatstaf 

vermogen (TV+VEV), 
gedeeld door de som 
van de technische 
voorziening 

pensioenverplichtingen 
en het (aanwezige) 
eigen vermogen 
(7V+EV). 


Bandbreedtes 


>€ 50 miljard tot en met 
C 100 miljard TV+VEV 


Tarieven 

berekenen bonus/malus 
factor: 

((TV+VEV)/ ('TV + E V)) 


J in voorkomend geval 
: vermeerderd met: 

€ 2,14 per€ miljoen 
TV+VEV vermenigvuldigd 
met de als volgt te 
berekenen bonus/malus 
factor: 

((TV+VEV)/(TV+EV)) 


in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

>€ 100 miljard TV+VEV € 0,54 per £ miljoen 

TV+VEV vermenigvuldigd 
met de als volgt te 
berekenen bonus/malus 
factor: 

((TV+VEV)/(TV+EV)) 


Instellingen zonder 
vereist eigen vermogen 
(en premie- 
pensioeninstellingen): 


€ 2.000 vermeerderd 
met: 


Technische voorziening 

pensioenverplichting 

(TV) 


Trust kantoren 



>€ 0 tot en met 
€ 10 miljard TV 


>£ 10 miljard tot en met 
£ 50 miljard TV 


>€ 50 miljard tot en met 
£ 100 miljard TV 


>€ 100 miljard TV 

Personen met een omzet 
in het bereik van: 

£ 0 tot en met 
£ 0,1 miljoen 

>€ 0,1 miljoen tot en 
met € 0,2 miljoen 

>£ 0,2 miljoen tot en 
met £ 0,5 miljoen 


£ 53,57 per £ miljoen TV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 8,04 per £ miljoen TV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 2,14 per € miljoen TV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

£ 0,54 per £ miljoen TV 


€ 5.500 


£ 12.500 


€ 21.000 





-13 - 


Toezichicategorie 

Maatstaf 

Bandbreedtes 

Tarieven 



>€ 0,5 miljoen tot en 
met € 1 miljoen 

€ 31.000 



>€ 1 miljoen tot en met 
€ 2 miljoen 

€45.000 



>€ 2 miljoen tot en met 
€ 5 miljoen 

€ 62.000 



>€ 5 miljoen 

€ 88.000 

Verzekeraars niet zijnde 
zorgverzekeraars 

Premie-inkomen: 


€ 2.000 vermeerderd 
met: 


Bruto premie-inkomen 
(SPI) 

>£ 0 

€ 834 per £ miljoen BPI 

Zorgverzekeraars 

Aantal verzekerden 


€ 2.000 vermeerderd 
met; 



>0 verzekerden 

€ 0,28 per verzekerde 


2. Voor het kalenderjaar 2015 worden de bandbreedtes en tarieven, bedoeld in artikel 13, zevende 
lid, van de Wet bekostiging financieel toezicht, voor bijlage III, onderdeel "Toezichthouder: de 
Nederlandsche Bank",'als volgt vastgeiegd: 


Toezichtcategorie 

Maatstaf 

Bandbreedtes 

Tarieven 

Banken 

Minimum omvang 

toetsingsvermogen 

(MTV): 




Minimum omvang 
toetsingsvermogen 
berekend conform de 
regels die op grond van 
artikel 3:57 van de Wet 
op het financieel 
toezicht worden bepaald 

Personen waaraan een 
vergunning is verleend 
als bedoeld in de 
artikelen 2:4, 2:11, 

2:20, 3:4, eerste lid, of 
3:110, eerste lid, van de 
Wet op het financieel 
toezicht 




Tn verband met de 
kosten voor het toezicht 
met uitzondering van de 
werkzaamheden als 
nationale 

afwikkelingsautoritelt: 

€ 35.000 vermeerderd 
met: 

_ 


>€ 0 tot en met € 80 
miljoen MTV 

>€ 80 miljoen tot en met 
€ 400 miljoen MTV 

€ 5.775 per € miljoen MTV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 

€ 2.487 per £ miljoen MTV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 





-14 - 




>£ 400 miljoen tot en 

£ 1.308 per € miljoen MTV 



met € 4 miljard MTV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 



>€ 4 miljard MTV 

£ 381 per £ miljoen MTV 




vermeerderd met: 



In verband met de 
kosten voor de 
werkzaamheden als 
nationale 

afwikkelingsa u toriteit: 

£ 500,- vermeerderd met: 



>£ 0 tot en met € 80 

£ 467,- per £ miljoen MTV 



miljoen MTV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 



>€ 80 miljoen tot en met 

€ 201,- per € miljoen MTV 



€ 400 miljoen MTV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 



>€ 400 miljoen tot en 

€ 106,- per £ miljoen MTV 



met £ 4 miljard MTV 

in voorkomend geval 
vermeerderd met: 



>£ 4 miljard MTV 

£ 31,- per € miljoen MTV 


Artikel 4 

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant 
waarin zij wordt geplaatst. 

Artikel 5 

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging financieel toezicht 201S. 


Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 


DE MINISTER VAN FINANCIËN, 



.I.R.V.A. Dijsselbloem 


DE STAATSSECRETARIS VAN 
SOCIALE ZAKEN ENJ(VERKGELEGENHEID, 




-15 - 


Toelichting 

Algemeen 

De wijze waarop de kosten van het doorlopend toezicht op de financiële markten door de Autoriteit 
Financiële Markten (AFM) en De IMederlandsche Bank (DNB) jaarlijks in rekening wordt gebracht bij 
onder toezicht staande instellingen 1 is geregeld in artikel 13 van de Wet bekostiging financieel 
toezicht (Wbft) en op onderdelen nader uitgewerkt in het Besluit bekostiging financieel toezicht. 
Zoals in deze toelichting nóg nader aan de orde wordt gesteld, heeft de vaststelling van de tarieven 
voor 2015 een bijzonder karakter vanwege de afschaffing van de overheidsbijdrage aan de kosten 
van het toezicht 

Allereerst wordt vastgesteld welke bedragen in totaal in rekening worden gebracht voor het toezicht. 
In verband met het Europees bankentoezicht wordt in het geval van DNB onderscheid gemaakt 
tussen het bedrag dat in rekening wordt gebracht aan personen die behoren tot toezichtcategorieën 
in bijlage II van de Wbft en aan banken, die behoren tot de toezichtcategorie in bijlage III van de 
Wbft. Artikel 13, tweede tot en met het vierde lid, van de Wbft schrijft voor op welke wijze deze 
bedragen worden vastgesteld. Daaruit volgt dat onder meer rekening wordt gehouden met het 
exploitatiesaldo van de toezichthouders in het voorafgaande jaar. In 2014 hebben de AFM en DNB 
allebei een exploitatieoverschot gerealiseerd. 

De berekening voor het jaar 2015 is in onderstaand overzicht weergegeven. Tabel 1 heeft betrekking 
op de totale toezichtkosten terwijl Tabel 2 de voor DNB relevante splitsing maakt tussen de bijlagen II 
en III. 


Tabel l:8erekening van de te heffen bedragen (in mln. euro's) 



AFM 

DNB 

Totaal begrote toezichtkosten 

87,2 

157,5 

Af: Begrote opbrengsten ter dekking eenmalige 
toezichthandelingen 

7,1 

1,5 

Af: Begrote kosten BES-toezicht 

0,3 

0,9 

Overige kosten (waarvan kosten DNB 
afwikkelmgsautoriteit) 

79,8 

155,1 (5,1) 

Exploitatiesaldo 2014 

-4,6 

-10,6 

Totaal te heffen op grond van art. 13 van de Wbft 

75,2 

144,5 


Tabel 2: Opsplitsing van de voor 2015 doarDNB te heffen bedragen naar bijlage (in mln. euro's) 



DNB Bijlage 1! 

DNB Bijlage ff! 

Overige kosten (waarvan kosten DNB 
afwikkelmgsautoriteit) 

80,6 

74,5 (5,1) 

Exploitatiesaldo 2014 

-2,6 

-8,0 

Totaal te heffen op grond van art. 13 van de Wbft 

78,0 

66,5 (5,1) 


1 In overeenstemming met de in de Wet bekostiging financieel toezicht gehanteerde begrippen wordt hierna gesproken van 
'personen'. 




-16- 


(waarvan kosten DMB afwikkelingsautoriteit) 


Nadat de totaal te heffen bedragen zijn bepaald, worden zij aan de hand van procentuele aandelen 
die zijn opgenomen in bijlage II en III van de Wbft toegerekend aan de toezichtcategorieën (artikel 
13, vijfde lid, van de Wbft). 

Het omslaan van kosten over personen binnen een toezichtcategorie 

Het aan een toezichtcategorie toegerekende bedrag wordt omgeslagen over de personen die deel 
uitmaken van die categorie. Dit gebeurt met behulp van maatstaven die evenals de procentuele 
aandelen zijn opgenomen in bijlage II en III van de Wbft. De maatstaven worden in deze regeling 
nader ingedeeld in bandbreedtes. Voor elke bandbreedte geldt een tarief. Daarnaast geldt in de 
meeste gevallen een minimumtarief. 

Bij het vaststellen van de minimumtarieven en de tarieven van de bandbreedtes worden de volgende 
uitgangspunten gehanteerd: 

a. de tarieven hebben veelal een degressieve structuur in overeenstemming met de afnemende 
intensiteit van het toezicht per eenheid bij een grotere omvang van de persoon; 

b. bij het vaststellen van de minimumtarieven wordt rekening gehouden met het 
draagkrachtbeginsel. Zoals hieronder nader zal worden toegelicht, is dit jaar extra rekening 
gehouden met het draagkrachtbeginsel vanwege de motie-Aukje de Vries om kleine partijen meer 
te ontzien 2 ; 

c. de tariefstructuur wordt in principe gevormd door een minimumtarief in combinatie met 
maximaal vier (degressieve) bandbreedtes waarbij de verschuldigde bedragen van het 
minimumtarief en de bandbreedte(s) die op de persoon onder toezicht van toepassing zijn bij 
elkaar worden opgeteld; 

d. er is geen maximumheffing; 

e. in een aantal toezichtcategorieën waar dit vanwege de samenstelling van de toezichtcategorie 
meer voor de hand ligt, wordt gewerkt met een schijvenstructuur waarbij de hoogte van de op te 
leggen heffing overeenkomt met het tarief van de bandbreedte (het 'bereik') waarin de onder 
toezicht staande persoon, vanwege zijn (bedrijfs)omvang, valt. In sommige gevallen wordt 
gewerkt met één vast tarief; 

f. er bestaat zo veel mogelijk consistentie in de tariefstructuren (bandbreedtes en mate van 
degressiviteit) van categorieën die zowel onder toezicht staan van de AFM als van DMB. 

De berekening van een te heffen bedrag 

Om de op te leggen heffing vast te stellen, bepaalt de toezichthouder in welke bandbreedte de 
betreffende onder toezichtstaande persoon valt. Indien een persoon in meerdere bandbreedtes valt, 
is hij voor ieder van die bandbreedtes het daarbij behorende tarief verschuldigd. Dit komt in de 
regeling tot uitdrukking door de woorden 'in voorkomend geval vermeerderd met'. Het aldus 
verschuldigde bedrag wordt verhoogd met een vast minimumtarief. 


2 Kamerstukken II 2014/15, 33957, nr. 9 





17 - 


Voor de volgende toezichtcategorieën wordt van deze systematiek afgeweken: 

- Voor de categorieën 'Afwikkelondernemingen, betaalinstellingen en elektronischgeldmstellingen' 
van de AFM, 'Betaalinstellingen, clearinginsteilingen en elektronischgeidinsteflingen' en 
'Trustkantoren' van DMB is de heffing gelijk aan het vaste tarief dat is vastgesteld voor de hoogste 
bandbreedte waarin de onder toezicht staande persoon valt. 

- Bij de toezichtcategorie 'Beleggingsondernemingen niet voor eigen rekening exclusief 
exploitanten van een MTF' van de AFM en 'Beleggingsondernemingen niet voor eigen rekening' 
van DNB, worden aan de onder toezicht staande personen verschillende vaste tarieven in 
rekening gebracht voor vergunningttypen waarover zij beschikken. Voor het berekenen van de 
heffingen van DN8 wordt daar nog een minimumtarief bij opgeteld, voor het berekenen van de 
heffingen van de AFM geldt geen minimumtarief in aanvulling op de vaste tarieven per 
vergunning. Als een persoon over meerdere vergunningtypen beschikt, worden de verschillende 
vaste bedragen bij elkaar opgeteid. Door vaste tarieven per vergunning in rekening te brengen 
wordt het verschil in toezichtintensiteit, dat mede afhankelijk is van de aard van een vergunning 
en het aantal vergunningen, tot uiting gebracht. Daarnaast geldt een variabel tarief afhankelijk 
van het aantal effectenrekeningen. Bij de AFM zijn voor dit variabele tarief degressieve 
bandbreedtes'vastgesteid en bij DNB één tarief per effectenrekening. Bij DNB geldt daarnaast een 
minimum en maximum variabel tarief dat overeenkomt met het tarief voor 250 respectievelijk. 
10.000 effectenrekeningen. 

- Bij de toezichtcategorieën 'Accountantsorganisaties' van de AFM en 'Pensioenfondsen en 
premiepensioeninsteliingen' van de AFM en DNB is de bandbreedte gekoppeld aan twee 
maatstaven waardoor de toezichthouder tweemaal moet vaststellen in welke bandbreedtes de 
betreffende onder toezicht staande persoon vait. 

- Voor een aantal personen in de categorieën 'Effectenuitgevende instellingen: markt' en 
'Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving' (AFM) alsmede in de categorie 'Betaaiinstelling en 
elektronischgeldinstelling' (DNB) geldt enkel een vast bedrag. 

Bijzonderheden tarieven 2015 

A. Effecten wegvallen overheidsbijdrage 

Per 1 januari 2015 is de Wet bekostiging financieel toezicht gewijzigd, waarmee onder meer de 
overheidsbijdrage is komen te vervallen. In de memorie van toelichting bij de wijzigingswet 3 is 
aandacht besteed aan de gevolgen van het wegvallen van de overheidsbijdrage voor de heffingen. 
Daarbij kwam aan de orde dat de overheidbijdrage door de toezichthouders vooral werd ingezet om 
de volgende activiteiten te bekostigen: 

-repressieve handhavingsactiviteiten; 

-activiteiten die vanwege hun karakter niet eenduidig zijn toe te kennen aan een toezichtcategorie 
(zoals het toezicht op de naleving van de Sanctiewet 1977); 


3 Memorie van toelichting bij de Wet van 10 december 2014 tot wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht in 
verband met de afschaffing van de overheidsbijdrage, de invoering van Europees bankentoezicht en de bestemming van 
door de Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandsche.8ank opgelegde dwangsommen en boetes. Kamerstukken ll 
2013/14, 33957, nr. 3 



-18- 


-cie kosten die de toezichthouder maakt vanwege zijn betrokkenheid bij de voorbereiding van wet¬ 
en regelgeving; 

-activiteiten waarvan de kosten niet volledig gedekt worden vanuit op te ieggen heffingen voor 
eenmalige handelingen (toezicht op emissies); 

-het toezicht op Europese paspoorthouders. 

De AFM en DNB bekostigen ook deze activiteiten vanaf 2015 vanuit de heffingen die de personen die 
■ onder toezicht staan betalen. Voor wat betreft emissies gebeurt dit niet door middel van een 
verhoging van de tarieven voor het doorlopend toezicht (het toezicht op emissies is niet doorlopend), 
maar via een verhoging van het tarief voor de heffing die per emissie door de AFM in rekening wordt 
gebracht. Deze heffingen zijn per' 1 januari 2015 kostendekkend gemaakt. Voor de andere kosten 
geldt dat zij zoveel mogeiijk aan de verschillende toezichtcategorieën uit bijlage II en lil van de Wbft 
worden toegerekend. Voor zover dat niet mogelijk is, komen zij naar rato ten laste van alle 
toezichtcategorieën. Dit leidt tot een stijging van de tarieven in bijna alle toezichtcategorieën, 
ondanks het positieve exploitatiesaldo van zowel de AFM als DNB. 

Omdat sommige categorieën in het verleden meer baat hadden bij de overheidsbijdrage dan andere, 
leidt het wegvallen van die bijdrage niet tot een proportionele stijging van de tarieven in alle 
categorieën. Zo besteedde de AFM een relatief groot deel van de overheidsbijdrage aan toezicht op 
de categorieën 'Adviseurs en bemiddelaars' en 'Effectenuitgevende instellingen: markt' en DNB aan 
toezicht op de categorieën 'Betaalinsteilingen en elektronischgeldinstellingen' en Trustkantoren'. De 
tarieven van deze categorieën stijgen door het wegvallen van de overheidsbijdrage dan ook het 
meest. 

Met de wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht per 1 januari 2015 a is verder de 
procentuele bijdrage van een aantal categorieën aan de totale toezichtkosten bijgesteld. Ook dit 
heeft eraan bijgedragen dat de tarieven niet in alle categorieën proportioneel stijgen. 

0 . Ontzien kleine partijen 

Één van de uitgangspunten bij het vaststellen van de tarieven is het draagkrachtbeginsel 
(uitgangspunt b). Het draagkrachtbeginsel leidt er bijvoorbeeld toe dat de minimumtarieven niet te 
hoog worden vastgesteld, om het risico dat die een te grote barrière vormen voor toetreding te 
beperken. Bij de parlementaire behandeling van de Wijziging van de Wbft die per 1 januari 2015 in 
werking is getreden, is verder een motie aangenomen waarin is verzocht ervoor te zorgen dat 
kleinere partijen bij de uitwerking in de ministeriële regeling meer worden ontzien bij het vaststellen 
van de nieuwe, hogere tarieven 4 5 . Ik za! in het navolgende toelichten hoe hieraan gehoor is gegeven 
bij het vaststellen van de tarieven. 

In de meeste toezichtcategorieën bestaat de heffing uit een minimumtarief en een variabele heffing. 

In die categorieën is het algemeen uitgangspunt geweest om stijgingen van de tarieven zoveel 

4 Wet van 10 december 2014 tot wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht in verband met de afschaffing van de 
overheidsbijdrage, de invoering van Europees bankentoezicht en de bestemming van door de Autoriteit Financiële Markten 
en de Nederlandsche Bank opgelegde dwangsommen en boetes 

5 Kamerstukken ll 2014-2015, 33957, nr. 9 


■ 19 - 


moge lijk via de tarieven voor het variabel deel van de heffing op te vangen. Omdat grotere partijen 
meer variabel tarief betalen, dragen zij een groter deel van de stijgingen dan kleine partijen. Voor de 
toezichtcategorieën van DNB is dit gerealiseerd door de minimumtarieven gelijk te houden ten 
opzichte van vorig jaar. Voor de toezichtcategorieën van de AFM is ervoor gekozen om de 
minimumtarieven wel te verhogen, maar ze minder te laten stijgen dan de totale heffing. De reden is 
dat bij de AFM een groter gedeelte van de opbrengst van de heffingen wordt opgebracht door 
middel van de minimumtarieven. Als die tarieven gelijk zouden blijven, zou de stijging van de 
tarieven voor het variabele deel van de heffing die daarvan het gevolg zou zijn een te grote belasting 
voor de grotere partijen opleveren. Er is voor gekozen om de minimumtarieven te laten stijgen met 
de helft van de stijging van het door te berekenen bedrag 2015 te opzichte van 2014. Als het door te 
berekenen bedrag van een toezichtcategorie dit jaar ten opzichte van 2014 stijgt met 50% dan stijgt 
het minimumtarief met 25%. Het resterende deel is evenredig verdisconteerd via de variabele 
tarieven. 

Ook in de categorieën waar de heffing niet is opgebouwd uit een minimumtarief en een variabel 
tarief, zijn kleine partijen ontzien bij het vaststellen van de hogere tarieven. 

In de categorieën 'Afwikkelondernemingen, betaalinstellingen en elektronischgeldinstellïngen'van 
de AFM en 'Betaalinstellingen, dearingmstellingen en elektronisehgeldinstellingen' en 
'Trustkantoren' van DNB bestaat de heffing uit een vast tarief dat afhangt van de omvang van de 
instelling. Om de kleinere partijen te ontzien is ervoor gekozen om de vaste tarieven voorde kleinere 
partijen in deze categorieën minder te laten stijgen dan de vaste tarieven voorde grotere partijen. 
Daarbij geldt dat hoe groter de instelling is, hoe groter de procentuele stijging van het tarief. 

De heffing voor 'Beleggingsondernemingen niet voor eigen rekening, exclusief exploitanten van een 
MTF van de AFM bestaat uit een variabel tarief per effectenrekening en een vast bedrag per 
vergunningtype, dat per onderneming kan verschillen omdat binnen deze categorie verschillende 
combinaties van vergunningtypen mogeiijk zijn. Om kleine partijen in deze categorie te ontzien is 
ervoor gekozen om het vaste bedrag per vergunningtype minder te laten stijgen dan het door te 
berekenen bedrag in 2015 ten opzichte van 2014. De lagere stijging van de tarieven voor de 
vergunningtypen wordt opgevangen door het tarief per effectenrekening iets extra te verhogen. 

In de overige categorieën - 'Beleggingsondernemingen voor eigen rekening', 
'Beleggingsondernemingen niet voor eigen rekening' en 'Zorgverzekeraars' van DNB en 'Centrale 
tegenpartijen' van de AFM - is sprake van dalende tarieven. De toezichtcategorie 'Verzekeraars: zorg' 
van de AFM is dit jaar een nieuwe categorie. 

C. Omvang en samenstelling van toezichtcategorieën 

De hoogte van de tarieven hangt samen met het aantal personen dat deel uitmaakt van een 
toezichtcategorie en de omvang van die personen. In 2015 is de populatie in de categorieën 
'Beleggingsondernemingen niet voor eigen rekening exclusief exploitanten van een MTF' van de AFM 
en in de categorieën 'Beleggingsondernemingen niet voor eigen rekening' en 'Pensioenfondsen' van 



- 20 - 


DNB afgenomen. Hierdoor zijn de tarieven voor de overgebleven personen hoger dan zij bij een 
gelijkblijvende populatie zouden zijn geweest. 

Artikelsgewijs 

Artikel 2 

In dit artikel worden de bandbreedtes en tarieven voor het doorlopend toezicht van de AFM voor het 
kalenderjaar 2015 per categorie vastgesteld. 

Per 1 januari 2015 bestaat bij de AFM een nieuwe categorie: 'Verzekeraars: zorg'. Voor de 
berekening van de heffingen voor het toezicht van de AFM maakten zorgverzekeraars tot en met 
2014 deel uit van de toezichtcategorie Verzekeraars: schade'. Per 1 januari 2015 zijn zij echter 
evenals bij DNB voor de heffingen van de AFM opgenomen in een aparte toezichtcategorie. De reden 
dat voor de zorgverzekeraars nu ook bij de AFM eigen tarieven gelden, is dat is gebleken dat het 
gedragstoezicht van de AFM op zorgverzekeraars veel beperkter is dan op andere 
schadeverzekeraars, omdat zij ook onder toezicht staan van de Nederlandse Zorgautoriteit. Deze 
wijziging leidt ertoe dat de toezichtcategorie "Verzekeraars: schade niet zijnde zorg" bestaat uit 
minder personen en dat de tarieven stijgen. De tarieven komen daarmee wel meer in lijn met de 
intensiteit van het toezicht op de schadeverzekeraars. Voor zorgverzekeraars dalen de tarieven in 
vergelijking met de tarieven die vorig jaar voor hen golden toen ze nog deel uitmaakten van de 
categorie Verzekeraars: schade'. 

Evenals voorgaande jaren is er een regeling getroffen voor aanbieders van beleggingsobjecten die 
gezamenlijk een aanbod aan de consument uitbrengen. Doorgaans is de tweede aanbieder een 
(onafhankelijke) rechtspersoon, die de activa dan wel de opbrengstrechten ten behoeve van de 
consument bewaart. Een dergelijke constructie kan extra bescherming bieden aan consumenten in 
het geval van faillissement van de eerste aanbieder. Doorberekening van het vaste minimumbedrag 
aan beide aanbieders kan het uitbrengen van een gezamenlijk aanbod - en dus ook van extra 
zekerheid voorde consument - ontmoedigen. Gelet hierop en op het feit dat de vanuit het vaste 
tarief te dekken toezichtinspanning niet of nauwelijks wijzigt, is een dubbele heffing van het vaste 
minimumbedrag met dit artikel uitgesloten. De aanbieders blijven ieder wel hoofdelijk aansprakelijk 
voor wat betreft de vordering van de AFM op de aanbieders. 

Artikel 3 

In dit artikel worden de bandbreedtes en tarieven voor het doorlopend toezicht van DNB voor het 
kalenderjaar 2015 per categorie vastgesteld. Het eerste lid heeft daarbij betrekking op de tarieven 
voor instellingen uit toezichtcategorieën in bijlage II van de Wbft, het tweede lid op de tarieven voor 
banken, die zijn ondergebracht in bijlage III van de Wbft. 

Voor de wijzigingen van de Wbft die per 1 januari 2015 in werking zijn getreden, vormden bij DNB de 
clearinginstellingen samen met de banken een toezichtcategorie met als maatstaf 'minimum omvang 
toetsingsvermogen'. Per 1 januari 2015 maken de clearinginstellingen echter deel uit van de 






- 21 - 


eategorie 'Betaalinstellingen, clearinginsteliingen en elektronischgeldinsteHingen'. In die categorie 
geldt als maatstaf de provisie-inkomsten. 

In de categorieën 'Betaalinstellingen,, clearinginsteliingen en elektronischgeldinsteliingen' en 
'Trustkantoren' is sprake van een sterke stijging van de tarieven vanwege het afschaffen van de 
overheidsbijdrage. 

Bij het vaststellen van de tarieven is rekening gehouden met een aantal verrekeningen tussen 
toezichtcategorieën met betrekking tot de toezichtkosten voor 2013. Oeze verrekeningen vinden 
plaats in 2015 op grond van artikel II van de Wet van 10 december 2014 tot wijziging van de Wet 
bekostiging financieel toezicht 6 . 

De door te belasten toezichtkosten aan personen in de categorie in bijlage III (banken) worden in 
rekening gebracht op basis van de minimum omvang van het toetsingsvermogen, als bedoeld in 
artikel 3:57 Wft, en verder uitgewerkt in deel 3 van de Verordening Kapitaaivereisten. Dit bedrag 
wordt door de toezichthouder bepaald op basis van de ingediende jaarstaten. in de jaarstaten t/m 
2013 betrof dit het daarin opgenomen begrip 'Capital Requirements'. Dit bedrag werd berekend op 
basis van de in de jaarstaten opgenomen 'Risicogewogen Activa' (RWA). in de gewijzigde jaarstaten 
vanaf 2014 is dit begrip RWA echter niet meer opgenomen. Vanaf 2014 wordt voor de berekening 
van de te factureren toezichtkosten daarom gebruik gemaakt van de gerapporteerde 'Total Risk 
Exposure Amount' (TREA). Dit getal wordt met 0,08 vermenigvuldigd om te komen tot het minimum 
omvang van het toetsingsvermogen ais bedoeld in artikel 3:57 Wft. 

Onderdeel van de heffing voor banken is een heffing voor begrote kosten van DNB als 
afwikkelingsautoriteit. DNB maakt deze kosten, omdat zij per 1 januari 2015 voor de uitvoering van 
verordening (EU) nr. 806/2014 7 is aangewezen als nationale afwikkelingsautoriteit 8 en beschikt over 
een aantal bevoegdheden in dat kader, zoals het vaststellen van afwikkelplannen. De tarieven voor 
de kosten in verband met deze werkzaamheden zijn in de regeling apart weergegeven. De totale 
heffing voor elke bank bestaat uit de som van eenmaal een minimumtarief en een variabel tarief 
voor de kosten van het toezicht met uitzondering van de werkzaamheden als nationale 
afwikkelingsautoriteit (de kosten voor het 'reguliere' doorlopend toezicht) en eenmaal een 
minimumtarief en een variabel tarief voor de kosten van de werkzaamheden ais nationale 
afwikkelingsautoriteit. Omdat het de voorkeur heeft om de kosten van de werkzaamheden van DNB 
als afwikkelingsautoriteit zoveel mogelijk gescheiden te houden van de overige toezichtkosten van 
DNB, zal bij de implementatie van het Europees kader voor herstel en afwikkeling van banken en 


6 Wet van 10 december 2014 tot wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht in verband met de afschaffing van de 
overheidsbijdrage, de invoering van Europees bankentoezicht en de bestemming van door de Autoriteit Financiële Markten 
en de Nederiandsche Bank opgelegde dwangsommen en boetes (Stb. 2014, 532) 

7 Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige 
regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in 
liet kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot 
wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU zo 14, L 225). 

8 Artikel 3a Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten 





beleggingsondernemingen een nieuwe bijlage jV in het leven worden geroepen voor het 
doorberekenen van deze kosten. 


De Staatssecretaris van Sociale Zaken 

>■ 

en Werkgelggestfrêid, 


De Minister van Financiën,